OmniOutliner icon

OmniOutliner 4.5.3
voor Mac

Handleiding

App-pictogram voor OmniOutliner 4

Inleiding

Welkom bij OmniOutliner 4!

OmniOutliner is het enige gereedschap dat u nodig hebt voor het maken en beheren van lijsten met diverse zaken. Of u nu zaken die u moet doen voor een project wilt bijhouden of een opbouw opmaakt voor een boek of researchdocument waaraan u werkt, OmniOutliner heeft alles wat u nodig hebt om deze fijne details te organiseren en netjes op een rijtje te zetten.

Een schermopname van OmniOutliner 4

De gebruikersinterface van OmniOutliner werd geoptimaliseerd voor OS X El Capitan (v10.11) en heeft hierbij een transformatie ondergaan die u ongetwijfeld zal bevallen. Gedaan met de oude stijlknoppen en bedieningselementen. Ze zijn allemaal opgefrist om OmniOutliner een mooi en opgeruimd uiterlijk te geven.

Lees verder voor meer informatie over de nieuwigheden in OmniOutliner en in deze documentatie.

Structuur van deze documentatie

De prachtige handleiding die u voor u hebt (in OmniOutliner zelf, online of in iBooks op uw Mac of iOS-apparaat, of beide) werd zo samengesteld, dat u over een complete rondleiding van OmniOutliner beschikt.

U begint met een overzicht van de OmniOutliner-interface. Sla dit hoofdstuk niet over want hier vindt u heel wat belangrijke informatie en leuke details over OmniOutliner die u anders zou missen. En als u toch beslist om dit hoofdstuk over te slaan en u zich op een later punt afvraagt “Hé, waarvoor dient dit dingetje nou?” kunt u nog altijd terugkeren om te ontdekken waar het allemaal om gaat.

Hieronder vindt u een lijst van alle hoofdstukken in dit boek. Zo vindt u nog beter uw weg doorheen de documentatie en kunt u nog beter alles wat u moet weten over OmniOutliner, leren.

Hoofdstuk 1, Kennismaken met OmniOutliner
In het eerste hoofdstuk vliegen we er meteen in en krijgt u een compleet overzicht van de gebruikersinterface van OmniOutliner. We gaan nog niet te diep in op elk detail, maar geven vooral basisinformatie zodat u meteen aan de slag kunt.
Hoofdstuk 2, Synchroniseren met OmniPresence en Omni Sync Server
Wanneer het gaat over het beschermen van die documenten en het delen ervan tussen OmniOutliner op uw Mac en OmniOutliner op uw iPad, hebben wij iets extra-speciaal voor u: OmniPresence en Omni Sync Server. Dit hoofdstuk toont u hoe u OmniPresence kunt downloaden, installeren en configureren op uw Mac zodat u bestanden kunt delen tussen OmniOutliner op uw Mac en iPad.
Hoofdstuk 3, De bronbrowser gebruiken
De bronbrowser maakt het voor u gemakkelijk om een recent opgeslagen bestand te openen of om fantastische uitziende documenten te maken op basis van een van de beschikbare sjablonen.
Hoofdstuk 4, De knoppenbalk gebruiken
Bovenaan in het OmniOutliner-venster vindt u de knoppenbalk. Via de knoppenbalk krijgt u gemakkelijk toegang tot vaak gebruikte OmniOutliner-functies, zoals knoppen voor het verbergen en weergeven van de zijbalk en infovensters of voor het samen- en uitvouwen van lijsten in uw opbouw. En net als bij andere Mac-apps kunt u de knoppen in de knoppenbalk aanpassen, maar in tegenstelling tot andere Mac-apps kunt u hier documentspecifieke knoppenbalken maken als u OmniOutliner Pro hebt.
Hoofdstuk 5, De zijbalk gebruiken
De zijbalk die zich langs de linkerrand van het OmniOutliner-venster bevindt, helpt u om u te focussen op de inhoud van uw opbouw en deze een stijl te geven.
Hoofdstuk 6, De infovensters gebruiken
Zodra u meer hebt geleerd over de gereedschappen, kunt u de infovensters gebruiken om de inhoud van uw opbouwen te bestuderen en hun stijleigenschappen te wijzigen.
Hoofdstuk 7,Afdrukken vanaf OmniOutliner
Het is mogelijk dat u af en toe de opbouw die u in OmniOutliner hebt gemaakt, moet afdrukken. In dit hoofdstuk vindt u de belangrijkste functies van het afdrukdialoogvenster van OmniOutliner.
Hoofdstuk 8, Voorkeuren
Er zijn zes voorkeurenpanelen die u kunt gebruiken om OmniOutliner verder aan te passen aan uw behoeften en uw werkstijl.
Hoofdstuk 9,OmniOutliner-bestanden delen met andere apps
OmniOutliner is het neusje van de zalm wanneer het gaat over werken met tekst. En voor al uw behoeften op het vlak van tekst, hebben wij het voor u gemakkelijk gemaakt om tekstbestanden te importeren en uw opbouwen te exporteren in verschillende indelingen.
Hoofdstuk 10, Menuonderdelen en toetscombinaties
Hier vindt u een gedetailleerde beschrijving van elk menuonderdeel in OmniOutliner 4, met inbegrip van de opties die alleen in de Pro-versie beschikbaar zijn. Waar dat van toepassing is, bevatten de beschrijvingen ook de toetscombinaties van de menuopties zodat u nog sneller kunt werken in OmniOutliner.
Hoofdstuk 11, Uw Omni-licenties beheren
U hoeft zich doorgaans geen zorgen te maken over uw Omni-licentie, vooral als u OmniOutliner via de Mac App Store hebt aangeschaft. Als u OmniOutliner echter hebt aangeschaft via onze website, moet u specifieke informatie invoeren van de licentie-e-mail die u van ons hebt ontvangen.

Dit korte hoofdstuk begeleidt u bij het toevoegen van uw licentiegegevens in OmniOutliner. U ziet hier ook hoe u een licentie kunt verwijderen en zelfs waar wij de licentie op uw Mac “verbergen” voor het geval u ons die licentie moet sturen of deze wilt overdragen naar een nieuwe Mac die u hebt aangeschaft.

Hoofdstuk 12, Hulp krijgen
U hoeft zich niet te schamen als u toegeeft dat u hulp nodig hebt. Daar zijn we trouwens voor. Als u ooit ergens vast komt te zitten tijdens het werken in OmniOutliner, als u een probleem hebt met de licentie van de app of als u gewoon de mensen van ons ondersteuningsteam en de “DocWranglers” wilt laten weten hoe fantastisch u hun werk wel vindt, kunt u altijd contact opnemen. Dit hoofdstuk wijst u op alle middelen die we voor u beschikbaar hebben: mensen bij de ondersteuningsdienst, ondersteuningsartikels, video’s en documentatie.

Dit boek gebruiken

Een fantastisch pluspunt om te beschikken over een digitale versie van de documentatie van OmniOutliner, is dat u deze altijd bij de hand hebt wanneer dat nodig is. We hebben de documentatie direct in het menu Help ingebouwd. We hebben alle documentatie op onze website geplaatst. U kunt de benodigde informatie niet alleen zoeken maar ook voorzien van een bladwijzer. En we zetten ook de lopende trend verder om EPUB-versies te maken van de documentatie. Deze is gratis beschikbaar in de iBooks Store.

Nieuwe functies in OmniOutliner 4

OmniOutliner 4 ondersteunt de nieuwste technologieën en is geoptimaliseerd voor OS X El Capitan. Deze toepassing is uitgerust met de functies waarnaar de jarenlange fans van Outliner hebben gevraagd. Dit zijn onder andere:

  • NIEUW! Platte tekst kopiëren/plakken als door komma’s gescheiden waarden (TSV)—Wanneer u de inhoud van een OmniOutliner-document met meerdere kolommen kopieert, plaatst OmniOutliner de informatie op het klembord als door komma’s gescheiden waarden (TSV).
  • CSV-export—U kunt uw opbouw nu exporteren als een bestand met door komma’s gescheiden waarden (.csv). Gebruik OmniOutliner 4 voor het exporteren van uw opbouw zodat u de gegevens ervan kunt importeren in andere apps zoals Numbers of Microsoft Excel.
  • PowerPoint-export—Wilt u uw opbouw omvormen tot een presentatie? Dan kunt u uw opbouw exporteren van OmniOutliner 4 naar de Microsoft PowerPoint-indeling (.pptx) zodat u uw presentatie in PowerPoint kunt maken of het pptx-bestand kunt importeren naar Keynote van Apple.
  • Bronbrowser — Gebruik de nieuwe bronbrowser om te zoeken naar recent bewerkte bestanden, sjablonen te kiezen, thema’s toe te voegen aan bestaande documenten en uw sjablonen te importeren van OmniOutliner 3.

  • Zijbalk — We hebben komaf gemaakt met de oude stijl met laden van OmniOutliner 3 en hebben een nieuwe zijbalk ontwikkeld waarin de inhoud van uw opbouw, stijlen en meer worden weergegeven!

  • Herwerking van de infovensters — Het herwerkte infovenster van OmniOutliner is nu nog opgeruimder en frisser.

  • Stijlen — Om meer in lijn te zijn met OmniOutliner 2 voor iOS hebben we de manier waarop stijlen werken, opnieuw ontworpen met het oog op een voortreffelijke platformoverkoepelende ervaring. We hebben ook stijlthema’s toegevoegd zodat u voortaan sjabloonstijlen kunt toepassen op een bestaand document.

  • Thema’s toewijzen — U kunt nu de stijlen van een sjabloon (het thema) toepassen op uw opbouwen.

  • Kolomzichtbaarheid — Hebt u een document met talrijke kolommen dat u slechts af en toe nodig hebt? We hebben een optie toegevoegd waarmee u kolommen kunt verbergen als u ze niet nodig hebt en ze opnieuw kunt weergegeven wanneer u ze terug wilt.

  • Slimme overeenkomsttechnologie — Kolommen in de stijl van een vensterlijst halen voordeel uit de Slimme overeenkomsttechnologie die we in OmniFocus hebben gebruikt. Terwijl u tekens typt in een vensterlijst, probeert OmniOutliner te raden welk onderdeel u bedoelt. De tekens die u niet invoert moeten bovendien niet aan het begin van het woord staan of opeenvolgend zijn. Als u een nieuwe waarde invoert die u wilt toevoegen aan het venstermenu, gebruikt u gewoon Command-Return om de waarde toe te voegen aan die lijst.

  • Hyperlinks — URL’s worden geconverteerd naar echte koppelingen zodat u erop kunt klikken om ze te openen in uw standaardbrowser. Als u dit gedrag niet wenst of leuk vindt, kunt u deze optie bovendien uitschakelen in de voorkeuren van OmniOutliner.

  • Bijlagen — U kunt nagenoeg alles toevoegen als bijlage bij een OmniOutliner-document: afbeeldingen, video, audio, zelfs andere OmniOutliner-bestanden. Afbeeldingen in bijlage worden automatisch aangepast aan de kolombreedte. Daarnaast kunt u audioclips toevoegen en ze direct afspelen binnen de opbouw. En alsof dat nog niet genoeg is hebben we ook een nieuwe overlappende balk voor bijlagen toegevoegd, die de labelfunctie van OmniOutliner 3 vervangt. Hiermee kunt u de zichtbaarheid van afbeeldingen in bijlage wijzigen, een alternatieve tekst in plaats van een bestandsnaam gebruiken en bepalen hoe OmniOutliner 4 bijlagen opent.

  • Datumontledingslogica — Via de nieuwe datumontledingslogica kunt u zaken typen, zoals nu, gisteren, 2d, september, do of –5w in een datumkolom en het programma aanleren wat u bedoelt.

  • Afdrukken — Alle OmniOutliner-specifieke afdrukopties bevinden zich nu in het afdrukvenster. U kunt paginakopteksten en -voetteksten aanpassen, schalen en marges wijzigen, kiezen of u Notities wilt opnemen en meer.

  • In- en uitzoomen — De tekst kan nu worden vergroot op het scherm zonder uw afdruklay-out te wijzigen.

  • Compatibiliteit met bestaande bestanden — OmniOutliner 4 is volledig compatibel met OmniOutliner 3 voor Mac en OmniOutliner 1 en 2 voor iPad. Zo lang u een oo3-bestand hebt, kan OmniOutliner 4 het openen.

Dit krijgt u in OmniOutliner 4 Pro

Als u OmniOutliner 4 Pro al hebt aangeschaft of als u een upgrade vanaf de standaard editie overweegt, vindt u hier enkele functies die u alleen in OmniOutliner Pro zult aantreffen:

  • Ondersteuning voor AppleScript — Automatiseer uw workflows met AppleScript.

  • Exportondersteuning voor Microsoft Word—Exporteer uw opbouw als een docx-bestand (inspringend of als een opbouw) dat kan worden geopend in Microsoft Word.

  • Handmatige pagina-einden — Kies of een rij of een specifieke rijstijl een handmatig pagina-einde forceert wanneer het document wordt afgedrukt.

  • Aanpassing notities — Pas de lijnhoogte en vulling aan voor Notities.

  • Notities inline of in een venster weergeven — Inline notities kunnen soms de weergave hinderen. In plaats van u te forceren om ze te verbergen en weer te geven, hebben we een optie toegevoegd voor het weergeven van notities in een afzonderlijk venster onderaan in het opbouwgebied.

  • Onderliggende inspringing — Kies of de onderliggende rijen zullen inspringen of als ze worden uitgelijnd op hun bovenliggende rijen.

  • Kolommen verbergen — U kunt kolommen weergeven en verbergen naar hartenlust.

  • Documentspecifieke knoppenbalken — Maak aangepaste knoppenbalken die alleen de knoppen bevatten die u nodig hebt voor dat speciale document waaraan u hebt gewerkt.

  • Gevouwen wijziging — Nee, we willen niet zeggen dat u kunt wijzigingen aanbrengen terwijl u in de piekpositie bent. We hebben het over de mogelijkheid om de tekst binnen een rij te verbergen wanneer u de inhoud niet bewerkt en om alles weer te geven wanneer u de rij hebt geselecteerd.

  • Zichtbaarheid rij-ingang — Gebruik het infovenster Stijl om de zichtbaarheid van de rij-ingangen te wijzigen. U kunt rij-ingangen zelfs onafhankelijk van elkaar instellen zodat de ingangen in sommige rijen altijd zichtbaar blijven terwijl andere alleen verschijnen wanneer u met de muis erover beweegt of helemaal niet verschijnen.

  • Aanpassen van lijnhoogten en geavanceerde rijafstand — Gebruik het infovenster Stijl om de lijnhoogte te tweaken en afstand rond de onderliggende rijen toe te voegen.

  • Het menu Wijzig krijgt een nieuwe optie: Kopieer als koppeling. Via de menuoptie Kopieer als koppeling kunt u kruisverwijzingskoppelingen maken van de ene rij naar een andere rij binnen hetzelfde OmniOutliner-document. Selecteer gewoon wat tekst in één rij, kies Wijzig ▸ Kopieer als koppeling. Ga dan naar een andere rij in de opbouw en druk op Command–V om een koppeling in de andere rij te plakken. Dit is vooral nuttig als u werkt in een lange opbouw waarin u mogelijk verwijzingen naar andere delen van hetzelfde document moet opnemen. (Koppelingen tussen documenten worden momenteel niet ondersteund.) Zie Menuonderdelen en toetscombinaties voor meer details.

Opmerking
Niet zeker of Pro is geïnstalleerd? Kies OmniOutliner ▸ Over OmniOutliner voor details over de huidige versie en de licentiestatus van de app.

Dit alles is verenigd in een pittige, snellere gebruikersinterface van OmniOutliner 4 die gebouwd is voor OS X Yosemite en de nieuwste Mac-hardware.

Vertel ons wat u denkt

We werken voortdurend aan updates voor onze documentatie. We proberen altijd onze documentatie beter en nuttiger te maken voor u, of het nu om CSS-werk gaat, het corrigeren van een occasionele tikfout (inderdaad, soms ontsnapt er wel een foutje aan onze aandacht), of het toevoegen van details of toelichtingen bij een specifieke functie op basis van iets dat ons door een klant werd gemeld.

Stuur ons gerust eventuele specifieke opmerkingen die u hebt over de documentatie. U kunt ons een e-mail sturen via onze wachtrij Ondersteuning of ons pingen op Twitter, waar u ons vindt onder @OmniWranglers.

Tot slot willen wij u danken dat u de tijd hebt genomen om de documentatie door te lezen.

Kennismaken met OmniOutliner

Wanneer u OmniOutliner voor de eerste keer opent, worden twee vensters geopend: Het bewerkingsvenster en het infovenster. In het bewerkingsvenster doet u al het werk en het infovenster biedt alle gereedschappen die u nodig hebt om uw tekst een stijl te geven en uw rijen en kolommen op te maken. Voordat u zich op uw werk stort, raden wij u toch aan even de tijd te nemen voor dit beknopte overzicht van de gebruikersinterface van OmniOutliner:

De vier delen die samen de gebruikersinterface van OmniOutliner vormen, bieden alle kracht en energie die u nodig hebt
  1. De knoppenbalk — langs de bovenzijde van het venster van OmniOutliner ziet u een rij met nuttige knoppen in de knoppenbalk. Deze knoppenbalk is volledig aanpasbaar, met documentspecifieke knoppenbalken, en maakt het u gemakkelijk kolommen en bijlagen toe te voegen, audioclips op te nemen en in te sluiten en veel meer. Zie De werkbalk gebruiken voor meer details.

  2. De zijbalk — De zijbalk is links in het venster van OmniOutliner geplaatst. De zijbalk kan volledig worden samengevouwen en biedt een opbouwweergave van alles wat de editor u te bieden heeft. Bovendien wordt hier bijgehouden welke stijlen u in uw document hebt gebruikt. Zie De zijbalk gebruiken voor meer informatie over de zijbalk.

  3. De opbouw — Hier kunt u tekst invoeren in rijen en kolommen, notities toevoegen, zaken afvinken met de statusselectievakjes, afbeeldingen bijvoegen in bijlage, audioclips insluiten en veel meer. Voor meer informatie over het gebruik van OmniOutliner, inclusief details over het maken van stijlen en sjablonen, raden wij u aan wat tijd te nemen voor de praktische zelfstudie Working in OmniOutliner 4.

  4. Het infovenster — Zwevend in hun eigen venster zijn de infovensters. Het zwevende venster bestaat uit de infovensters Stijl, Kolom, Opbouw, Document en Stijlkenmerken en maakt het u gemakkelijk uw OmniOutliner-documenten te ontwerpen met stijl. En wanneer u ze niet nodig hebt, kunt u gewoon op Shift-Command-I drukken om het venster te laten verdwijnen tot u de infovensters weer nodig hebt. Zie De infovensters gebruiken voor meer details over de infovensters en hun individuele functie.

Synchroniseren met OmniPresence en Omni Sync Server

OmniOutliner is beschikbaar op de Mac en iOS en vormt een essentieel gereedschap voor al uw behoeften voor uw opbouw. En wanneer het gaat over het beschermen van die documenten en het delen ervan tussen OmniOutliner op uw Mac en OmniOutliner op uw iOS-apparaat, hebben wij iets extra-speciaal voor u: OmniPresence en Omni Sync Server.

  • OmniPresence is een gratis hulpprogramma dat u installeert op uw Mac voor het synchroniseren van bestanden. OmniPresence werkt op de achtergrond en bewaakt een “verbonden map”. Het programma zorgt dat de bestanden in de map synchroon zijn met de bestanden in de cloud (een WebDAV-server van uw keuze) en met uw iOS-apps met OmniPresence-ondersteuning.

    Op iOS is OmniPresence in OmniOutliner en OmniGraffle ingebouwd. U krijgt toegang tot OmniPresence-mappen en -bestanden binnen de respectieve browsers van de app. Het resultaat is dat al uw apparaten met OmniPresence-ondersteuning wijzigingen detecteren, waar u ze ook maakt en ze voortdurend synchroniseert zodat uw bestanden up-to-date blijven.

    Om aan de start te gaan, moet u OmniPresence voor Mac downloaden van onze website.

    Opmerking
    OmniPresence is geen vervanging voor uw huidige synchronisatieoplossing voor OmniFocus of OmniPlan:

    • OmniFocus gebruikt zijn eigen ingebouwde synchronisatiecode (in plaats van OmniPresence) om databasewijzigingen naar een WebDAV-server en ervan op te halen. OmniFocus voor Mac vereist geen installatie van OmniPresence voor de werking van de synchronisatie.
    • OmniPlan gebruikt een functie Publiceer en abonneer voor het delen van projectbestanden. U kunt bijvoorbeeld een projectplan maken in OmniPlan en dit delen (publiceren) met mensen in het team die verantwoordelijk zijn voor bepaalde taken; Op hun beurt abonneren ze zich op het project zodat ze de taken die aan hen zijn toevertrouwd, kunnen zien en rapporteren.
  • Omni Sync Server is een magische doos die zich goed voelt in een ruimte met airconditioning met andere servers en een kudde eenhoorns. Omni Sync Server is onze eigen aangepaste WebDAV-server die werkt als een centrale hub voor al uw synchronisatiebehoeften. Hiermee maakt OmniPresence verbinding als bestanden tussen uw Mac- en iOS-apparaten worden uitgewisseld.

    Met Omni Sync Server kijken we zelfs nooit naar uw gegevens zonder uw toestemming. Bijvoorbeeld als onze mensen van de ondersteuningsdienst met u samenwerken om een beschadigd bestand te herstellen of om een specifiek probleem met onze server te isoleren Daarnaast kunt u er zeker van zijn dat uw gegevens veilig zijn op Omni Sync Server.

Om Omni Sync Server te gebruiken, moet u zich eerst inschrijven voor een account. Maak u echter geen zorgen. Het is gratis. Als u nog geen account hebt, gaat u naar onze website en meldt u zich vandaag nog aan voor een Omni Sync Server-account. Nu meteen.

Zo werkt synchronisatie

Voordat u zich in de praktijk gooit om alles in te stellen op uw Mac, is het de moeite waard om even de tijd te nemen om te bespreken hoe het synchroniseren met OmniPresence werkt.

Wanneer OmniPresence is ingeschakeld, beheert de WebDAV-server die u aanwijst (Omni Sync Server, uw eigen server of een WebDAV-server van derden) de synchronisatie zodat uw bestanden altijd up-to-date zijn. Met elke daaropvolgende synchronisatie vergelijkt OmniPresence uw lokale bestanden en past het programma alle verschillen toe op uw bestanden op de server. Hierdoor zijn uw bestanden niet alleen up-to-date, maar zijn ze ook altijd beschikbaar waar en wanneer u ze ook nodig hebt.

We hebben ook een automatisch synchronisatiemechanisme ingebouwd. Wanneer u een OmniOutliner-bestand opslaat in een OmniPresence-ondersteunende map (of wanneer Automatisch opslaan optreedt), werkt OmniPresence het bestand op de synchronisatieserver bij. Bij een strikt minimum controleert OmniPresence elk uur bij Omni Sync Server en vergelijkt het de bestanden in uw synchronisatiemap. Als er niets is gewijzigd, gaat OmniPresence in stilte terug naar het bewaken van uw bestanden. Dit helpt u te garanderen dat uw OmniOutliner-bestanden altijd veilig, beveiligd en vooral up-to-date zijn.

OmniPresence installeren

Als u op de eerdere koppeling hebt geklikt om OmniPresence voor Mac te downloaden (of deze hier), vindt u het installatiepakket in de map Downloads op uw Mac:

Een Finder-venster opent met de map Downloads om de gedownloade OmniPresence schijf-image weer te geven.

Volg deze stappen voor het installeren van OmniPresence:

  1. Open een Finder-venster en ga naar de map Downloads op uw Mac.
  2. Zoek en dubbelklik vervolgens op het bestand OmniPresence-1.3.dmg.

    Opmerking
    De bestandsnaam die u ziet, kan iets verschillen. Op het ogenblik dat dit document werd opgemaakt, was OmniPresence voor Mac op versie 1.3 (vandaar de bestandsnaam OmniPresence-1.3.dmg). Maak u geen zorgen als u een ander nummer in de bestandsnaam ziet. Ga gewoon verder en dubbelklik op het betreffende bestand. Dit betekent gewoon dat ons technisch team hard heeft gewerkt om OmniPresence voor Mac te verbeteren.

  3. Nadat u uw akkoord hebt verklaard met onze licentie, ziet u het volgende venster:
    Sleep het pictogram OmniPresence.app naar de map Programma’s om de app te installeren op uw Mac
  4. Sleep het pictogram OmniPresence.app naar de map Programma’s om OmniPresence te installeren op uw Mac.
    Sleep het pictogram OmniPresence.app naar de map Programma’s om de app te installeren op uw Mac
  5. Sluit dat venster met Command-W
  6. Werp de schijf-image uit in het Finder-venster.
  7. Keer in het Finder-venster terug naar de map Downloads. Selecteer het bestand OmniPresence-1.1.dmg en druk op Command-Delete om het bestand naar uw Prullenmand te verplaatsen. Wanneer u de Prullenmand de volgende keer leegmaakt, wordt die schijf-image verwijderd van uw systeem zodat u waardevolle schijfruimte spaart. (Graag gedaan!)

Zelfs als u OmniOutliner alleen op uw Mac gebruikt, is synchroniseren aanbevolen voor de automatische gegevensback-up die door het programma wordt geboden. En het beste is nog dat onze Omni Sync Server gratis is. Wij zorgen voor het beheer van de servers zodat uw gegevens altijd beschikbaar zijn wanneer u ze het meeste nodig hebt.

OmniPresence starten en verbinden met Omni Sync Server

Wanneer OmniPresence op uw Mac is geïnstalleerd, is het tijd om aan de slag te gaan en een Omni Sync Server-account aan te maken of te verbinden met een bestaande.

Laten we eraan beginnen! (Geen woordspeling. Of misschien toch.)

  1. Open een Finder-venster en kies Programma’s in de zijbalk van de Finder. (Als u de zijbalk niet ziet, kiest u Ga ▸ Programma’s of gebruikt u Shift-Command-A.)
    Open een Finder-venster en kies de map Programma’s in de zijbalk.
  2. Schuif omlaag in de lijst van de programma’s die op uw Mac zijn geïnstalleerd en zoek OmniPresence.app.
  3. Dubbelklik op het pictogram van de OmniPresence.app om de app te openen. OmniPresence installeert en opent vervolgens een menu extra in de menubalk. Hier zult u OmniPresence configureren en beheren.
  4. Klik op Set Up Syncing (Synchronisatie instellen):
  5. Klik op Create a Synced Folder (Maak een gesynchroniseerde map):
  6. op het blad dat verschijnt, hebt u de mogelijkheid om de OmniPresence-map die op uw Mac staat een naam te geven. We hebben New Folder (Nieuwe map) vooraf ingevuld met OmniPresence, maar u kunt dit wijzigen naar elke willekeurige naam.

    Deze map wordt ook gemaakt in uw map Documenten. Als u dat wenst, kunt u het ook wijzigen naar iets anders. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om uw OmniPresence-map in het onderste niveau van uw thuismap te bewaren.

    Wanneer u een naam en locatie hebt bepaald voor uw OmniPresence-map, of als u beslist hebt om de standaardopties te gebruiken, klikt u op Save (Bewaar). Hiermee maakt u de map die OmniPresence gebruikt voor het synchroniseren van uw bestanden.

  7. Na het maken van de OmniPresence-map, is uw volgende taak het kiezen van een server in de cloud waar OmniPresence uw gesynchroniseerde bestanden opslaat.

    U hebt de keuze uit twee opties:

    • Omni Sync Server: dit is de gratis bestandsserver van Omni die speciaal werd ontworpen om samen met OmniPresence te worden gebruikt.
    • Web Server: dit kan uw eigen WebDAV-server zijn of een WebDAV-server die wordt gehost door een externe aanbieder.

    Als u een Omni Sync Server-account hebt, voert u uw Account Name (Accountnaam) en Password (Wachtwoord) in de toepasselijke velden in en klikt u op Connect (Verbinden).

    Opmerking
    Als u nog geen Omni Sync Server-account hebt ingesteld, klikt u op Sign Up for an Omni Sync Server Account (Inschrijven voor een Omni Sync Server-account). Dit opent uw standaard webbrowser en brengt u naar de Omni Sync Server-site waar u zich kunt inschrijven voor een account en uw wachtwoord kunt instellen.

  8. Nadat u op Connect (Verbinden) hebt geklikt, verbindt OmniPresence met de server die u hebt gekozen en voert het programma een test uit voor de servercompatibiliteit. Dit is meer een probleem met WebDAV-servers van derden dan voor het verbinden met Omni Sync Server, die werd ontworpen om te werken met OmniPresence.

    OmniPresence laat u weten of het in staat is te verbinden met Omni Sync Server (of de WebDAV-server die u hebt opgegeven).

  9. Klik op het selectievakje voor Open OmniPresence at Login (Open OmniPresence bij aanmelden) als u wilt dat OmniPresence opstart wanneer u aanmeldt bij uw Mac.

    Klik onderaan in dat venster op Open Synced Folder (Open gesynchroniseerde map). Dit synchroniseert uw OmniPresence-map met Omni Sync Server (of een WebDAV-server). Als u al een Omni Sync Server-account hebt, maakt OmniPresence nieuwe gesynchroniseerde versies van die bestanden in de map die u hebt opgegeven.

Dat is het! Zodra OmniPresence verbindt met Omni Sync Server en de synchronisatiemap maakt op uw Mac, bent u klaar om te starten. Telkens wanneer u bestanden maakt met OmniOutliner, moet u ze opslaan in uw OmniPresence-map (~/Documenten/OmniPresence). OmniPresence synchroniseert de bestanden altijd wanneer u ze opslaat of wanneer het Automatisch opslaan gebeurt op uw Mac.

OmniPresence-tips

Hier vindt u enkele nuttige tips voor het verbeteren van uw OmniPresence-ervaring:

  • U kunt submappen maken in de hoofdmap van OmniPresence voor de bestanden die u synchroniseert. U kunt bijvoorbeeld submappen hebben voor OmniOutliner, OmniGraffle, OmniPlan en OmniFocus, en voor de andere bestanden die u wilt synchroniseren.
  • U kunt de synchronisatie pauzeren en hervatten door in de menublak op het OmniPresence-pictogram te klikken.
  • Klik op het menu Actie (het tandwielsymbool naast de knop Pauzeer/Hervat) voor talrijke OmniPresence-opties, met inbegrip van:

    • Over OmniPresence
    • Versiegegevens
    • Open bij aanmelden
    • Zoek naar nieuwe versies
    • Voorkeuren en privacy
    • OmniPresence Help
    • Contact met Omni
    • Stop OmniPresence
  • Om het synchroniseren van een map die u hebt verbonden te stoppen, klikt op zijn Info-knop en kiest u Disconnect (Ontkoppel). De map op uw Mac wordt verplaatst naar de Prullenmand en de bestanden erin worden niet langer gesynchroniseerd. Alle bestanden die in de map zijn achtergebleven vóór het ontkoppelen, blijven veilig op de cloudserverlocatie die u hebt opgegeven. Om opnieuw te verbinden en de synchronisatie met die bestanden opnieuw te starten, maakt u gewoon een nieuwe map aan die verbonden is met die cloudlocatie.
  • Bent u niet zeker wanneer OmniPresence het laatst werd gesynchroniseerd? Klik op het OmniPresence-pictogram in de menubalk en kijk dan onder elke mapnaam om de datum en tijd waarop die map het laatst werd gesynchroniseerd, te zien.

Opmerking
Als u de synchronisatie nu niet instelt, maar later beslist wat u wilt doen, kunt u OmniPresence altijd installeren en een Omni Sync Server-account instellen wanneer dat beter voor u uitkomt.

De bronbrowser gebruiken

Tenzij u de voorkeuren van OmniOutliner anders hebt ingesteld, is de nieuwe bronbrowser het eerste wat u ziet bij het starten van OmniOutliner. De bronbrowser (Archief ▸ Bronbrowser; Command-N of Shift-Command-N) maakt het u gemakkelijk recent opgeslagen bestanden te openen of om fantastisch uitziende documenten te maken op basis van een Sjabloon.

De bronbrowser

Via de zijbalk aan de linkerzijde kunt u gemakkelijk een bestand kiezen waarop u recent hebt gewerkt. U kunt ook een van de sjablonen met een vooraf toegewezen stijl die bij OmniOutliner 4 is geleverd, gebruiken.

De sectie Recent is hetzelfde als het selecteren van Archief ▸ Open recente bestanden vanaf de menubalk. Hier vindt u een lijst van recent geopende bestanden die u snel kunt selecteren en openen.

Via de sectie Sjablonen kunt u een van de sjablonen met een vooraf toegewezen stijl die bij OmniOutliner 4 is geleverd, snel en eenvoudig openen. Als u niet zeker bent welke sjabloon u wenst, kunt u op een sjabloon klikken en op de spatiebalk tikken om een Snelle weergave van het sjabloonbestand te openen.

Selecteer een sjabloon in de bronbrowser en tik op de spatiebalk om een voorbeeld te bekijken in Snelle weergave

Om de Snelle weergave te sluiten, tikt u gewoon opnieuw op de spatiebalk en het voorbeeldvenster verdwijnt.

Beheren van en werken met sjablonen

Elk bestand dat u opslaat als een sjabloon (Archief ▸ Bewaar als sjabloon) is beschikbaar via de bronbrowser in de sectie Sjablonen.

Om uw sjablonen te beheren, gebruikt u het menu Actie onderaan in de bronbrowser. Dit is het menu dat eruitziet als een klein tandwiel (het menu Actie). Selecteer eerst een van de sjablonen en klik dan op het menu Actie en kies Toon in Finder. Een nieuw Finder-venster wordt geopend en brengt u binnenin de map Sjablonen. Wanneer u eenmaal hier bent, is er geen limiet op wat u kunt doen met de sjablonen. U kunt hun namen wijzigen, de ongewenste sjablonen naar de prullenmand verplaatsen of submappen toevoegen zodat u sjabloonbestanden kunt categoriseren voor bepaalde taken.

Sjabloonmappen op uw Mac koppelen aan OmniOutliner

Als u een nieuwe sjabloon maakt in OmniOutliner, is de standaardlocatie waar die bestanden worden opgeslagen, diep verborgen in de container van OmniOutliner, zoals reeds vermeld in het vorige deel. Hierdoor hebben veel gebruikers beslist hun OmniOutliner-sjablonen op te slaan op een beter geschikte locatie, zoals op Omni Sync Server, een submap binnen de map Documenten in hun Thuismap of ergens anders in de cloud. Het enige probleem hiermee is echter dat uw OmniOutliner-sjablonen niet verschijnen in de bronbrowser.

In OmniOutliner v4.4 hebben de mogelijkheid om een gekoppelde map toe te voegen aan het gedeelte Sjablonen van de zijbalk. Klik eerst op Het mappictogram heeft twee koppelingen en een plusteken erop. Kies vervolgens een map in het vel dat verschijnt en klik op Open om de map toe te voegen aan de zijbalk van de bronbrowser.

Kies een map in het vel dat verschijnt

Om een gekoppelde map te verwijderen uit de zijbalk van de bronbrowser, selecteert u eerst de betreffende map. Klik vervolgens op het menu Gereedschap en kies dan Verwijder gekoppelde map.

Het menu Actie van de bronbrowser gebruiken

Gebruik het menu Actie (het menu Actie) om nieuwe sjablonen te openen of te maken. Via dit menu kunt u ook onthullen waar een specifieke bron zich bevindt op uw Mac in de Finder, een object naar de Prullenmand verplaatsen of een specifieke sjabloon waarvan u houdt, instellen als standaard.

Als u uw OmniOutliner 3-sjablonen wilt importeren, kunt u kiezen voor Voeg bronnen toe aan bibliotheek om een bestand of sjabloon te selecteren die u wilt toevoegen aan de bibliotheek van OmniOutliner.

U kunt de optie Herstel in het menu Actie gebruiken om alle standaardsjablonen die u mogelijk eerder hebt verwijderd, te herstellen. Zelfs als u deze bestanden verwijdert uit de map Sjablonen, blijven kopieën van de sjabloonbestanden bestaan in de app.

Laten we zeggen dat u tijdens een slapeloze nacht besliste dat u geen van de sjablonen die we bij OmniOutliner hebben geleverd, nodig hebt. Met wazige ogen opende u de bronbrowser en koos u voor elke sjabloon afzonderlijk de onderdelen Actie ▸ Verplaats naar prullenmand. Na al dat werk, hebt u de prullenmand leeggemaakt, uw laptop gesloten en eindelijk de slaap kunnen vatten. Rond 5:38 uur schrikt u wakker en hebt u dat ongelooflijke idee voor die roman waarvan u overtuigd bent dat het een bestseller zal worden. En dan beseft u het! U hebt de sjabloon Boekconcept verwijderd. Wat gaat u doen? Gelukkig hebben we hieraan gedacht voor u. Als u kiest voor Actie ▸ Herstel ▸ Sjablonen, kunt u kiezen uit alle sjablonen die we bij OmniOutliner hebben geleverd en ze terugzetten op uw Mac.

De knoppenbalk gebruiken

Langs de bovenkant van het OmniOutliner-venster bevindt zich de knoppenbalk. Overladen met knoppen en een aanpasbaar gereedschapspalet, zelfs op het niveau per document als u OmniOutliner 4.2 Pro hebt, maakt de knoppenbalk het u gemakkelijk knappe opbouwen te maken.

De knoppenbalk

Aan de tegenoverliggende uiteinden van de knoppenbalk vindt u de knoppen voor het verbergen en weergeven van de zijbalk en de infovensters. Daarboven vindt u de standaard OS X-vensterbesturingselementen voor het sluiten of verbergen van het venster of voor het inzoomen naar de volledige schermmodus.

In het midden van de knoppenbalk bovenaan, ziet u een documentpictogram waarvan u wellicht kunt vermoeden dat het u alleen laat weten over welk type bestand het gaat. Als u echter de Command-toets (⌘) ingedrukt houdt en op dat pictogram klikt, krijgt u een klein menu dat u toont waar het bestand is opgeslagen op uw Mac. Dit is handig wanneer u werkt met gedupliceerde bestanden en u niet kunt herinneren waar u de laatste revisie hebt opgeslagen.

Naast het documentpictogram staat de bestandsnaam. Als u met de muisaanwijzer beweegt over de bestandsnaam, verschijnt rechts een kleine punthaak. Als u op deze punthaak klikt, wordt een klein pop-upvenster geopend waarin u de naam van het bestand kunt wijzigen en trefwoorden en metagegevenscodes kunt toevoegen zodat u bestanden gemakkelijker kunt vinden met Spotlight. U kunt het bestand zelfs verplaatsen naar een andere locatie op uw Mac.

Het pop-upvenster voor het wijzigen van de bestandsnaam en het verplaatsen van bestanden

De knoppenbalk aanpassen

Zoals eerder vermeld, is de knoppenbalk overladen met talrijke gereedschappen. U kunt de knoppenbalk echter aanpassen door extra knoppen toe te voegen of hun volgorde te wijzigen volgens uw behoeften.

Om de knoppenbalk aan te passen, kiest u Weergave ▸ Pas knoppenbalk aan of Control-klik op de knoppenbalk en selecteert u Pas knoppenbalk aan. Wanneer u dat doet, schuift een blad omlaag van onder de knoppenbalk met een massa functieverwante knoppen die u naar de knoppenbalk kunt slepen. Zo kunt u bijvoorbeeld de knoppen Groepeer en Degroepeer toevoegen aan de knoppenbalk. Wanneer u klaar bent met het wijzigen van de knoppenbalk, klikt u op Gereed.

De OmniOutliner-knoppenbalk aanpassen volgens uw werkwijze

Als u niet tevreden bent met de wijzigingen die u hebt aangebracht of als u de knoppenbalk opnieuw wilt instellen naar de standaardinstellingen, hoeft u alleen de onderste rij omhoog naar de knoppenbalk te slepen en dan op Gereed klikken om de wijzigingen op te slaan. De wijzigingen die u hebt aangebracht aan de knoppenbalk, worden samen met de voorkeuren van OmniOutliner opgeslagen. Zo zult u dezelfde knoppenbalkopties zien bij elk document dat u maakt.

(Pro) Als u OmniOutliner 4 Pro hebt, kunt u documentspecifieke knoppenbalken maken met de opdracht Weergave ▸ Maak documentspecifieke knoppenbalk aan.

Gebruik spaties en flexibele afstanden om de knoppen in uw knoppenbalken te ordenen

U begint met een kale knoppenbalk die alleen de Zijbalk en de knoppen Info bevat, samen met een lange “knop” voor Flexibele ruimte waaraan u alle knoppen die u wilt kunt toevoegen. Als u later beslist dat u de aangepaste knoppenbalk niet langer wenst te gebruiken, kiest u Weergave ▸ Verwijder de document-specifieke knoppenbalk en de knoppenbalk keert terug naar de standaard knoppenset.

Het menu Actie van de knoppenbalk gebruiken

Als u de knoppenbalk hebt aangepast om het menu Actie op te nemen, zult u merken dat deze zich iets anders gedraagt vanaf het menu Actie dat u vindt in de bronbrowser.

Het menu Actie van de knoppenbalk

Het menu Actie van de knoppenbalk bevat talrijke algemeen gebruikte opties die u zult vinden in de menu’s Wijzig, Opmaak, Weergave en Organiseer. In plaats van deze te spreiden over vier verschillende menu’s, hebben we de menu’s waarvan we denken dat u ze het vaakst zult gebruiken, in dit compacte menu Actie geplaatst voor elk document waaraan u werkt.

Bestanden toevoegen in bijlage

Bij opbouwen gaat het niet alleen maar om tekst. In de meeste gevallen misschien wel, maar af en toe zult u iets willen toevoegen in bijlage van het bestand waaraan u werkt, zoals een afbeelding, een filmclip die u op uw iPhone hebt opgenomen, een PDF-bestand of een ander OmniOutliner-bestand. Gelukkig is OmniOutliner in staat te voldoen aan al uw behoeften betreffende het bijvoegen van bijlage.

Om een bestand in bijlage toe te voegen, voert u een van de volgende bewerkingen uit:

  • Sleep alles wat u wilt naar binnen, inclusief de bestanden van een Finder-venster of tekst en afbeeldingen van een webpagina.
  • Klik op het paperclippictogram in de knoppenbalk.
  • Kies Wijzig ▸ Voeg bestand bij.
  • Klik op het menu Actie in de knoppenbalk en kies Voeg bestand bij.

Wanneer u bestanden in bijlage toevoegt met een andere methode dan slepen en neerzetten van items in OmniOutliner, wordt een bestandskiezer weergegeven die zeer sterk lijkt op een Finder-venster. Gebruik de bestandskiezer om te navigeren door de harde schijf van uw Mac tot u het bestand vindt dat u in bijlage wilt toevoegen.

Kies het bestand dat u wilt toevoegen in bijlage

In de kiezer ziet u twee opties die invloed hebben op de manier waarop het bestand wordt toegevoegd als bijlage bij uw OmniOutliner-document:

  • Voeg het bestand toe in het document — De standaardinstelling. Hier is het vrij duidelijk wat er gebeurt: een kopie van het bestand dat u in bijlage hebt toegevoegd, is ingesloten in het OmniOutliner-bestand waaraan u momenteel werkt.
  • Maak een koppeling naar het bestand — In plaats van een exact duplicaat van het bestand toe te voegen, zoals in de voorgaande optie, kopieert u hiermee de locatie van het bestand op de harde schijf van uw Mac in het OmniOutliner-document.

U zult wellicht het verschil niet merken tussen die twee opties wanneer u op uw systeem werkt. Voeg een bestand toe met een van de opties en de bestanden verschijnen in uw opbouw. Het grote verschil komt aan het licht wanneer u uw OmniOutliner-document naar iemand anders stuurt. Hiervoor kiest u wellicht de standaardoptie (Voeg het bestand toe in het document) zodat de persoon naar wie u het bestand verzendt, ook de bijlage zal ontvangen. Als u de andere optie hebt gekozen, zien ze alleen een pictogram en de naam van het bestand dat u vanaf uw Mac hebt toegevoegd. Het probleem is dat ze dat bestand niet kunnen weergeven of openen omdat het bestand op uw Mac staat.

Opmerking
Als u de enige persoon bent die ooit uw OmniOutliner-bestanden zal gebruiken, kunt u het gebruik van de tweede optie (Maak een koppeling naar het bestand) overwegen in plaats van bijlagen toe te voegen. De koppelingsoptie maakt uw OmniOutliner-bestanden kleiner (omdat het bijgevoegde bestand niet is opgenomen) en u kunt deze bijlagen nog steeds weergeven en openen omdat de bestanden zich op uw Mac bevinden.

Dit nadeel ontstaat echter wanneer u een bestand dat u als koppeling hebt bijgevoegd, hebt verwijderd. U zult alleen het pictogram en de naam van het bestand zien. Als u dat doet, zult u zelfs niet in staat zijn de bijlage weer te geven, wat u ook probeert.

Wanneer u een afbeelding of PDF-bestand toevoegt, wordt een voorbeeld automatisch aangepast aan de breedte van de kolom waarin deze verschijnt. Andere types bestanden verschijnen als een pictogram met hun bestandsnaam.

Diverse toegevoegde bestanden, zoals een afbeelding, videoclip en PDF-document

Als u klikt op een afbeelding of PDF-bestand dat u hebt toegevoegd, verschijnt het volgende overlappende menu:

Een overlappend menu voor bijlagen

Voor een bijlage kunt u kiezen tussen Toon als afbeelding of Toon als pictogram en u kunt Weergavenaam voor het bestand in bijlage wijzigen van de standaard bestandsnaam naar een meer beschrijvende naam. Niet-afbeeldingsbestanden zullen geen knoppen Toon als afbeelding en Toon als pictogram bovenaan hebben. Om het bestand te openen, klikt u op de knop Open met. Hiermee wordt een app aanbevolen voor gebruik op basis van het type bestand dat u hebt toegevoegd.

Klik op de knop Open met om de bijlage te openen

Audio opnemen

Een van de vele leuke functies in OmniOutliner 4 zijn de verbeteringen die we hebben aangebracht aan audio-opnamecapaciteiten. Om iets op te nemen, klikt u op de knop Start opname in de knoppenbalk. Dit is de knop die eruitziet als een ouderwetse microfoon. OmniOutliner start de opname zodra u op deze knop klikt. Wanneer u op die knop drukt, zult u ook enkele wijzigingen in de gebruikersinterface merken.

Via de balk Opname kunt u audioclips pauzeren, hervatten en opslaan in uw OmniOutliner-document.

Eerst verandert de tekst voor de microfoonknop in de knoppenbalk van Start opname naar Beëindig opname. De knop bevat ook een kleine Stop-knop. De andere wijziging is een rode balk Opname die net onder de knoppenbalk verschijnt. Als u OmniOutliner 2 voor iPad al hebt gebruikt, zal dit er zeer bekend uitzien.

In het midden van de balk Opname ziet u een knop voor het pauzeren van de opname. Deze knop verandert de kleur van de balk Opname naar een grijze tint en een vinkje (Opslaan) om de opname te stoppen. In de grijze balk zult u merken dat Opname is gewijzigd naar Gepauzeerd en dat de knop Pauzeer is vervangen door de knop Hervat.

Opnamebedieningselementen OmniOutliner 4

Klik op de knop Hervat om door te gaan met de opname waar u bent gestopt. U kunt ook op het vinkje (Opslaan) klikken om de opname te stoppen. Wanneer u de opname stopt, verschijnt een audiospelerclip in uw opbouw.

Audioclips zijn afspeelbaar binnen OmniOutliner

Opmerking
Klikken op het vinkje of op de knop Beëindig opname in de knoppenbalk heeft hetzelfde effect: uw audio-opname stopt en er wordt een audiobestand opgeslagen in uw Opbouw.

Net als met bijlagen, verschijnt een overlappend menu met weergaveopties wanneer u op de knop Info van de audioclip klikt (het klein pictogram i aan de rechterrand). Hier kunt u kiezen om de audioclip weer te geven als een speler (standaard) of als een pictogram. En wat belangrijker is, dat u de Weergavenaam van een willekeurige cijferreeks kunt wijzigen naar een meer beschrijvende naam. Dit is vooral belangrijk als u kiest voor Toon als pictogram bovenaan in de overlappende balk.

Klik op de Knop Info van de audioclips om hun Weergavenaam te wijzigen of kies om de clip weer te geven als een pictogram.

Tip
Als u OmniOutliner gebruikt voor het nemen van notities terwijl u in een vergadering bent, waarom neemt u dan de vergadering niet gewoon op terwijl deze plaatsvindt. Zo kunt u een volledige audio-opname van de vergadering hebben binnen hetzelfde document dat u gebruikt voor uw notities. OmniOutliner kan maximaal zes uur audio opnemen in één stream.

Zorg dat u het hoofdstuk Voorkeuren voor audio-opname verder in deze handleiding hebt gelezen voor meer informatie over audio-opnameopties in OmniOutliner.

De zijbalk gebruiken

Langs de bovenkant van het OmniOutliner-venster bevindt zich de zijbalk. De zijbalk toont de inhoud van uw opbouw, samen met de stijlen die u hebt gebruikt. Bovenaan in de zijbalk, ziet u ook een veld Zoek waarmee u gemakkelijk kunt zoeken door uw opbouwen en de benodigde informatie kunt terugvinden.

De zijbalk van OmniOutliner bevat de inhoud en stijlen die in uw document zijn gebruikt

De zijbalk is standaard open, maar u kunt deze verbergen en opnieuw weergeven via Weergave ▸ Toon/Verberg zijbalk (Option-Command–1) of door in de werkbalk te klikken op de knop van de zijbalk. De secties Inhoud en Stijlen zijn onafhankelijk van elkaar scrollbaar binnen de zijbalk zodat ze kunnen omgaan met alle inhoud en stijlen die u in die secties gooit.

Als u met de muis beweegt over de rechterrand van de zijbalk of als u de lijn tussen de secties Inhoud en Stijlen splitst, zult u merken dat de muisaanwijzer verandert in een handgreep waarmee u de grootte kunt wijzigen. Klik en sleep de handgrepen voor het wijzigen van de grootte om de grootte van de secties van de zijbalk, of de zijbalk zelf, te wijzigen.

Klik en sleep de handgrepen voor het wijzigen van de grootte om de grootte van de secties van de zijbalk, of de zijbalk zelf, te wijzigen.

Het paneel Inhoud

De bovenste helft van de zijbalk toont de inhoud van uw opbouw in een samenvouwbaar, scrollbaar paneel.

De sectie Inhoud van de zijbalk

Rijen met onderliggende rijen hebben een onthullingsdriehoek aan de linkerrand. Om de onderliggende rijen weer te geven, klikt u op de onthullingsdriehoek om de lijst open te klappen. Option-klik op een onthullingsdriehoek om alle rijen binnenin te openen of te sluiten.

Focussen op de inhoud van een opbouw

Wanneer u een lange opbouw hebt, zoals een opbouw voor een boek of onderzoekspaper, is het mogelijk dat u soms alleen wilt focussen op één specifieke sectie zonder dat u afgeleid wordt door iets anders. Gelukkig biedt OmniOutliner enkele verschillende methoden om dat te doen.

  • In de zijbalk kunt u klikken om een sectie van uw opbouw te markeren: Wanneer u klikt om een sectie van de inhoud van het document te selecteren, verandert de opbouwweergave om precies op die rij en alle onderliggende rijen te focussen.

    Als u in de zijbalk Inhoud klikt op een rij, kunt u precies op die rij en de onderliggende rijen focussen.
  • Tijdens het invoeren van tekst in uw opbouw, kunt u ook kiezen voor Weergave ▸ Focus (Shift-Command-F).

    OmniOutliner bewaart een geschiedenis van de rijen waarop u hebt gefocust en u kunt terugkeren in die geschiedenis via de opdracht Weergave ▸ Focus opheffen (Option-Shift-Command-F). Om uw volledig document opnieuw in beeld te brengen, kiest u Weergave ▸ Alle focussen opheffen of klikt u gewoon op de koptekst Inhoud in de zijbalk.

Opmerking
Optioneel kunt u Control-klikken op rijen in het paneel Inhoud om een contextmenu te openen dat de opties Focus, Focus opheffen en Alle focussen opheffen bevat.

Secties en subsecties toevoegen aan uw opbouw in de inhoudsweergave

Als u een sectie selecteert in de lijst Inhoud, doet OmniOutliner twee zaken: Eerst wordt gefocust op die sectie, waardoor die sectie en alle subsecties het enig is wat u te zien krijgt in de Opbouwweergave aan de rechterzijde. De scherpgestelde secties krijgen een grijze markering:

De inhoud van een opbouw met een gemarkeerde sectie

Als u nog een andere subsectie wilt toevoegen aan de sectie die u hebt geselecteerd, drukt u op Return. Een nieuwe subsectie verschijnt aan het einde van de lijst en de cursor wordt geplaatst in de opbouwweergave zodat u wat tekst voor die sectie kunt invoeren.

Een subsectie toevoegen aan een sectie die u hebt geselecteerd in de zijbalk Inhoud

Mara wat als u wilt dat er ene nieuwe subsectie komt vóór de andere subsecties? Als u een tweede keer op de sectie klikt, wordt een blauwe markering geplaatst rond de sectie en zijn subsecties.

Als u een tweede keer op een sectie klikt, wordt een blauwe markering geplaatst rond de secties en zijn subsecties.

Als u op Return drukt, wordt een nieuwe subsectie bovenaan in de subsectielijst ingevoegd:

Als u op Return drukt, wordt een nieuwe subsectie bovenaan in de subsectielijst ingevoegd:

Opmerking
U zult merken dat de nieuwe subsectie de Focus krijgt, zodat u tekst op die rij kunt invoeren.

Als u op dezelfde manier een andere sectie wilt toevoegen op hetzelfde niveau, maar boven de momenteel geselecteerde sectie, drukt u op Shift-Return:

Een peer toevoegen aan de momenteel geselecteerde sectie

Zoeken binnen uw opbouw

Als u een lang document hebt, kan het geïntegreerde zoekveld van OmniOutliner de oplossing bieden wanneer u iets moet vinden dat in een diepliggende laag van uw opbouw begraven zit. Bovenaan in het paneel Inhoud ziet u een klein pictogram van een vergrootglas (de zoekknop) en klikt u om de zoekbalk te onthullen. U kunt ook naar het zoekveld gaan door te kiezen voor Wijzig ▸ Zoek ▸ Toon zoekactie (Option-Command-F).

OmniOutliner zoekt terwijl u typt in het zoekveld

OmniOutliner start en past de zoekcriteria aan bij elk teken dat u invoert. De zoekresultaten verschijnen onderaan in de zoekbalk. Klik op het item dat u zoekt en OmniOutliner markeert de rij in de opbouw.

Klik op het item dat u zoekt en OmniOutliner markeert de rij in de opbouw

Om het zoekveld te wissen, drukt u op Escape of klikt u op de kleine knop Wis zoekactie aan de rechterrand. Wanneer u klaar bent met zoeken, klikt u op Gereed en keert het paneel Inhoud terug naar zijn vorige status waarbij u alles ziet wat in de opbouw zit. Als u eerder gericht was op een specifieke rij of sectie van uw document, herstelt OmniOutliner het paneel Inhoud en de Opbouwweergave naar het punt waarop u de zoekactie hebt geannuleerd. U kunt ook kiezen voor Wijzig ▸ Zoek ▸ Verberg zoekactie (Option-Command-F) om het zoekveld te laten verdwijnen.

Het paneel Stijlen

De onderste helft van de zijbalk is het paneel Stijlen. Net als het paneel Inhoud, kan het paneel Stijlen onafhankelijk worden gescrolld binnen de zijbalk. Deze heeft ook een speciale kantelknop (bekend als de knop Verberg/Toon stijlen). Als u hierop klikt, wordt het venster Stijlen verborgen en weergegeven.

Wanneer u op de knop Verberg/Toon stijlen klikt, wordt alles op het paneel Stijlen verborgen. De kantelknop gaat automatisch naar de rechterbenedenhoek van de zijbalk. Klik opnieuw op de kantelknop en het paneel Stijlen verschijnt opnieuw. Dit is vooral nuttig wanneer u alleen in uw opbouw werkt en u zich alleen wilt concentreren op hetgeen zich in het paneel Inhoud bevindt.

Het paneel Stijlen van de zijbalk

Het gebied boven de splitsing toont de elementen met stijl (oo4mac_stylechit01) of zonder stijl (oo4mac_stylechit02) in uw document, met inbegrip van het onderdeel Gehele document. Het gebied onder de splitsing geeft u enkele stijlen met een specifieke naam, zoals kopteksten, markeringen en een regenboog van acht tekstkleuren die u kunt toepassen op de inhoud van uw document.

De stijlen zelf worden opgesplitst in twee verschillende categorieën — Documentstijlen en Benoemde stijlen:

  • Documentstijlen bevindt zich bovenaan in het paneel Stijlen en toont alle elementen in het OmniOutliner-document waaraan u een stijl kunt geven. Dit omvat een onderdeel Gehele document, Kolomtitels, Notities, een kolom Onderwerp en stijlen voor de verschillende rijen in uw document. Rijstijlen worden genummerd volgens hun inspringingsniveau en verschijnen pas in de lijst wanneer ze in de opbouw worden gemaakt.

  • Benoemde stijlen die zich onder de scheidingslijn van de stijlen bevindt, bestaan vooral uit vooraf gedefinieerde stijlen die zijn geleverd bij de sjabloon die u als basis hebt gebruikt. Benoemde stijlen kunnen worden bewerkt door eerst de stijlnaam te selecteren in het paneel Stijlen en vervolgens het infovenster Stijl te gebruiken om de stijlkenmerken aan te passen. Om een nieuwe Benoemde stijl te maken, klikt u op de knop Voeg toe (+) in de linkerbenedenhoek van het paneel Stijlen. Om Benoemde stijlen te verwijderen, selecteert u eerst de stijl in het paneel Stijlen en kiest u vervolgens Verwijder stijl in het menu Actie onderaan in de zijbalk.

Om het paneel Stijlen te leren kennen:

  • Klik enkele keren op de kantelknop Verberg/Toon stijlen zodat u leert werken met deze functie.
  • Klik op de knop Voeg toe (+) om een nieuwe Benoemde stijl te maken.
  • Klik op de knop Actie om een mini-menu te openen om nieuwe Benoemde stijlen te maken, een stijl te dupliceren of te verwijderen, stijleigenschappen te kopiëren en te plakken en stijlen te wissen uit een selectie.

U vraagt zich ondertussen wellicht af wat al die kleine gekleurde vierkantjes zijn die verschijnen naast de stijlen in het paneel Stijlen. Wij noemen deze kleine vierkantjes stijlstalen en u zult al heel snel zien hoe krachtig stijlstalen kunnen zijn.

Een greep uit de stijlstalen van OmniOutliner

Stijlstalen bieden u een visuele voorstelling van de stijl:

oo4mac_stylechit01a
Stijlstalen met een blauw dambordpatroon in twee tinten geven aan dat er talrijke stijleigenschappen zijn voor dat element.
oo4mac_stylechit02a
Een leeg stijlstaal met een rand in stippellijn geeft aan dat er geen stijlen zijn voor die specifieke rij of kolom. Deze elementen nemen automatisch de stijl Gehele document over voor de sjabloon die u hebt gekozen.
oo4mac_stylechit04
Een stijlstaal dat diagonaal is gesplitst met een donkerdere tint in de bovenste helft geeft aan dat de stijl een transparante achtergrondkleur toepast op de selectie.
oo4mac_stylechit03 and oo4mac_stylechit05
Effen vierkanten met een letter A binnenin zijn tekstspecifieke stijlen, zoals het lettertype en de kleur ervan.

Opmerking
Voor meer details over het maken en toepassen van Document- en Benoemde stijlen, kunt u de gratis zelfstudie Working in OmniOutliner downloaden van de iBooks Store of van onze website.

De infovensters gebruiken

De infovensters bevinden zich in een zwevend venster dat u kunt openen door op de knop Info oo4mac_button_inspector aan de rechterrand van de knoppenbalk te klikken. Andere manieren voor het openen van een infovenster, kunt u kiezen via Venster▸ Toon/Verberg infovensters of kunt u de toetscombinatie Shift-Command-I gebruiken.

Het paneel Infovensters

Om te schakelen tussen de infovensters, klikt u gewoon op een van de knoppen in de knoppenbalk bovenaan in het infovenster. Als u niet zeker bent welk infovenster wordt geopend met welke knop, beweegt u met de muis over de knop en de naam van dat infovenster verschijnt bovenaan in het infovenster.

Gedragingen infovenster

Voordat u in deze documentatie duikt om te ontdekken wat elk infovenster in petto heeft voor u, is het aanbevolen even een snelle blik te werken op enkele (mogelijk onbekende) functies die we hebben ingebouwd.

Als het infovenster open is terwijl u in een opbouw van meerdere kolommen werkt, zult u merken dat het infovenster altijd automatisch naar het infovenster Kolom overschakelt wanneer u een kolomkoptekst selecteert. Dit maakt het voor u gemakkelijk om de kolom Type en een overzicht van het gedrag in te stellen of te wijzigen.

Terwijl u werkt in OmniOutliner zult u merken dat het infovenster Stijl altijd beschikbaar is in het infovenster wanneer u tekst invoert in een rij- of kolomcel. Als u echter wilt dat een specifiek infovenster verschijnt terwijl u aan het werk bent, kunt u dubbelklikken op het infovensterpictogram in de knoppenbalk van het infovenster. Dit plaatst een klein groen slot op het infovenster zodat het altijd beschikbaar is. Om het infovenster te ontgrendelen, dubbelklikt u erop.

Gebruik de vergrendeling van het infovenster om een infovenster te forceren om zichtbaar te blijven.

Dit is vooral handig wanneer u de stijlen in uw opbouw wilt onderzoeken. Plaats gewoon het slot op het infovenster Stijlkenmerken en klik op verschillende plaatsen in uw document om de stijlen te onderzoeken en te tweaken zoals nodig.

Infovenster Stijl Knop voor het infovenster Stijl

Gebruik het infovenster Stijl wanneer u het uiterlijk van de rijen in uw document wilt wijzigen.

Het infovenster Stijl
Typestijlen
Dit deel van het infovenster Stijlen biedt u verschillende bedieningselementen waarmee u het uiterlijk van de tekst in uw document kunt wijzigen.
Letterbeeld, Grootte en Kleur
Kies het lettertype, de grootte en de kleur voor de geselecteerde tekst of rij.
Vet, Cursief, Doorhaling en Onderstreping
Klik om de standaard stijlen Vet, Cursief, Doorhaling of Onderstreping toe te passen op de geselecteerde tekst of rij. Onderaan rechts van deze knoppen ziet u een kleine driehoek die omlaag is gericht. Deze driehoek geeft aan dat er extra opties zijn waaruit u kunt kiezen. U kunt klikken op de kleine pijltjes of ze gewoon klikken en vasthouden om de optionele kenmerkmenu’s weer te geven:
Klik op de kleine pijltjes in de rechterbenedenhoek van de knoppen Vet, Cursief, Doorhaling en Onderstreping voor meer opties om uw tekst een stijl te geven.
Alineastijlen
Kies de kenmerken voor de rijen binnen uw document:
Tekstuitlijning
De volgende rij knoppen worden gebruikt om tekst links of rechts uit te lijnen, te centreren of uit te vullen.
Regelhoogte (Pro)
Kies uit een reeks enkele of dubbele spatiëringen voor uw document. De regelhoogte voegt ruimte toe boven de tekst binnen een regel, terwijl buffers afstand tussen de regels toevoegt.
Achtergrond
Stel de achtergrondkleur in voor de geselecteerde rij. Klik op de pijlen aan de rechterrand om te kiezen uit een van de voorinstellingen die we hebben aangeboden of klik op de kleurenbalk om het palet Kleuren te openen. Gebruik het palet Kleuren om een aangepaste kleur te kiezen.
Gebruik het palet Kleuren om een aangepaste kleur of een patroon te kiezen dat u wilt gebruiken als de achtergrond voor de rijen
Rijfuncties
Gebruik deze bedieningselementen voor het instellen van de rijfuncties:
Rij-ingang (Pro)
Bepaalt of de rij-ingang altijd zichtbaar is, slechts zichtbaar is wanneer u met de muis over de rij beweegt, of nooit zichtbaar is. Het verbergen van de rij-ingangen maakt het iets moeilijker om uw inhoud te slepen en opnieuw te schikken. U kunt echter de opties in Organiseer ▸ Verplaats gebruiken om rijen omhoog, omlaag, naar links of rechts te verplaatsen.
Nummering
Kies een stijl voor de nummering die u wilt gebruiken voor de rijen in uw document. Zie Rijnummering voor meer informatie over stijlen voor de nummering.
Tussenruimte

Stel een kleur in die u wilt gebruiken voor de tussenruimte (het gebied waar de rij-ingang en het selectievakje voor de status verschijnt). Klik op de pijlen aan de rechterrand om te kiezen uit een van de voorinstellingen die we hebben aangeboden of kies Overige om het palet Kleuren te openen.

De kleuren voor Achtergrond en Tussenruimte toegepast op een rij
Het hoofddoel van een tussenruimtekleur is u te tonen op welk niveau een rij zich bevindt. Zoals u kunt zien in de vorige afbeelding, breidt de tussenruimte naar binnen uit naarmate er onderliggende rijen worden toegevoegd. Als u een achtergrondkleur, maar geen tussenruimtekleur instelt, neemt de tussenruimte automatisch de kleur van de achtergrond over.
Bufferstijlen
In tegenstelling tot Regelhoogte, voegt Buffer afstand toe binnen de rijen, notities en de onderliggende niveaus:
Vulling rij
Stel de hoeveelheid ruimte (in pixels) boven en onder de tekst in binnen de rij. (Vanaf OmniOutliner v4.1, is Vulling rij beschikbaar in zowel de Standard- als de Pro-editie.)
Boven notitie (Pro)
Stel de hoeveelheid ruimte boven een inline-notitie in.
Boven onderliggend (Pro)
Stel de hoeveelheid ruimte in tussen een bovenliggende rij en de onderliggende niveaus.
Onder onderliggend (Pro)
Stel de hoeveelheid ruimte in tussen de onderliggende niveaus van een bovenliggende rij.
Pagina-einde (Pro)
Kies om een pagina-einde in te voegen vóór een rij:
Start nieuwe pag. (Pro)
Bepaalt of de momenteel geselecteerde rij de start van een nieuwe pagina forceert. Wanneer u deze optie selecteert, verschijnt een rode stippellijn boven de rij, alsof u het document zou knippen met een schaar. Dit is specifiek bedoeld voor het afdrukken of exporteren naar PDF.
Inspringing (Pro)
Kies of de onderliggende rijen inspringen:
Inspr. onderliggend
Kies of u de onderliggende niveaus van de rij wilt laten inspringen. Als u ervoor kiest onderliggende niveaus niet te laten inspringen, kan het moeilijk zijn te bepalen welke rij bovenliggend en welk onderliggend is. U kunt daarom onderliggende rijen ook een andere stijl geven, ze een andere achtergrondkleur of arcering geven, de tekengrootte ervan verkleinen enz.
Benoemde stijlen
Kies een benoemde stijl die u wilt toepassen:
Opgenomen stijlen
Via dit pop-upmenu kunt u een van de benoemde stijlen die zijn vermeld in het onderste gedeelte van de sectie Stijlen van de zijbalk, selecteren en toepassen.

Infovenster Kolom Knop voor het infovenster Kolom

Het infovenster Kolom heeft twee pop-upmenu’s voor het instellen van de kolomkenmerken:

Type
Nieuwe kolommen beginnen aanvankelijk altijd als tekst met opmaak. U kunt dit echter volgens de behoeften van uw document, wijzigen naar een van de volgende opties:
Aankruisvak
In tegenstelling van de statusaankruisvakken die integraal deel uitmaken van de hoofdonderwerpkolom, kunnen kolommen voor aankruisvakken nagenoeg voor alles worden gebruik. Dit gaat van het afvinken van andere aankruisvakken tot het bewaken van de status van iets, en zelfs voor beoordelingen. U kunt zoveel aankruisvakkolommen toevoegen als u wilt en u kunt ze weergeven of verbergen zoals nodig, met de opties in Weergave ▸ Kolommen.

In combinatie met de sorteerfuncties van OmniOutliner (Organiseer ▸ Behoud sortering of Organiseer ▸ Sorteer opbouw), kunnen aankruisvakken worden gebruikt om de status Ja of Nee (binair) aan te geven voor nagenoeg alles — functievergelijkingen, zaken die moeten worden gecontroleerd enz.

Datum
Kies in de kolom een datum en een optionele tijdnotatie die u wilt gebruiken. De standaard datumtekenreeks is gebaseerd op uw lokale instellingen die zijn geconfigureerd in Systeemvoorkeuren ▸ Taal en regio. Een van de talrijke nieuwe functies van OmniOutliner 4 is een nieuwe en verbeterde datumontledingslogica waarmee u zaken kunt typen, zoals nu, gisteren, 2de, september, do of –5w in een datumkolom en het programma aanleren wat u bedoelt.

Gebruik het menu Opmaak om te kiezen hoe de datums en tijd moeten worden weergegeven in een datumkolom. U kunt kiezen uit een korte, middellange of lange tijdtekenreeks. U kunt ook kiezen voor iets meer technisch, zoals ISO 8601 (UTC) zodat u uw vrienden kunt tonen hoe sullig u eigenlijk bent.

Kies in de kolom een datum en tijdnotatie die u wilt gebruiken.

Niet tevreden met de opties en opmaken die wij u bieden? Kies Aangepaste opmaak om uw eigen speciale datum- en tijdtekenreeks te maken die u wilt gebruiken voor een kolom met datumopmaak.

Maak uw eigen aangepaste datum- en tijdnotatie die u wilt gebruiken in een met datum opgemaakte kolom.

Om de Datumnotatie-editor te gebruiken, sleept u de items die u als onderdeel van de datum-/tijdtekenreeks wilt gebruiken, naar het veld bovenaan in het dialoogvenster. Items zoals Dag van de week of Maand, hebben extra opmaken die u kunt kiezen door te klikken op de pijl omlaag. Standaard gebruikt de aangepaste opmaak schuine strepen ( / ) als scheidingsteken, maar u kunt ook een ander teken (of verschillende tekens) invoeren of ze volledig verwijderen, als u dat wilt.

Duur
Gebruik een kolom Duur voor het schatten of volgen van de tijd die nodig is voor een taak of project. Als u bijvoorbeeld OmniOutliner gebruikt om een lijst te maken van alle zaken die u dit weekend wilt doen, kunt u een kolom Duur toevoegen zodat u kunt schatten hoe lang het zal duren om uw stripcollectie te categoriseren en of u dit prioriteit moet geven op het schilderen van de garage.
Kies Duur als het kolomtype wanneer u getimede gebeurtenissen wilt volgen of schatten

Gebruik het pop-upmenu Instellingen om te kiezen tussen Werktijd, Agendatijd of om een aangepaste tijd van uw keuze te gebruiken. OmniOutliner bouwt de tijd van de duur op basis van de instelling die u hebt gekozen, bijv. 12u in Agendatijd is equivalent met 1d 4u in Werktijd (uitgaande van een werkdag van 8 uur). Als u Lange notatie inschakelt, bepaalt OmniOutliner de duur, bijv. 1d 4u wordt uitgevouwen naar 1 dag 4 uur.

Gebruik de velden uur per dag, uur per week en uur per maand om de instellingen voor Duur aan te passen of fijn af te stemmen op uw behoeften. Wij geven bijvoorbeeld de voorkeur aan een werkdag van 8 uur zodat we een uitstekend evenwicht werk-leven hebben, terwijl mensen bij een advocatenkantoor of reclamebureau wellicht graag 80 uur per week werken.

Getal
Kies Getal als de kolom Type wanneer u een genummerde waarde hebt die u wilt bewaken.
Kies Nummer als het kolomtype om exacte cijfers, percentages of dollarwaarden te volgen

In het pop-upmenu Opmaak kunt u kiezen tussen:

  • 9.999,99 — Getallen met twee decimaaltekens aan het einde. Grote getallen gebruiken een punt als scheidingsteken voor de duizendtallen.
  • 9999,99 — Getallen met twee decimaaltekens.
  • 10000 — Gehele getallen; decimale getallen worden omhoog of omlaag afgerond naar het dichtstbij liggende gehele getal. 2,67 wordt bijvoorbeeld omhoog afgerond naar 3, terwijl 3,14 omlaag wordt afgerond naar 3.
  • 10000% — Een percentage in een geheel getal; een decimaal getal dat wordt ingevoerd, wordt naar boven of onder afgerond naar het dichtstbij liggende geheel getal. 2,67% wordt bijvoorbeeld omhoog afgerond naar 3%, terwijl 3,14% omlaag wordt afgerond naar 3%.
  • 99,99% — Percentages met een tweecijferige decimale waarde, indien nodig. Zo wordt 99% bijvoorbeeld weergegeven zoals hier getoond en niet 99,00%, terwijl 3,14159% wordt afgerond naar 3,14%.
  • $9.999,99 — Gebruik deze optie voor het voorstellen van de valutawaarden op basis van de gelokaliseerde waarden die u hebt ingesteld in Systeemvoorkeuren ▸ Taal en regio ▸ Regio. Als uw regio bijvoorbeeld is ingesteld op Azië ▸ Japan, zal de valutawaarde verschijnen met het Yen-symbool (¥).
Venstermenu
Kies het type venstermenu wanneer u een kolom hebt van herhalende “opties” waaruit u moet kiezen. Als u bijvoorbeeld een sjabloondocument hebt voor het maken van recepten, kunt u een kolom Metingen maken met opties, zoals ons, gram enz. Als u nu een hoeveelheid wilt invoeren, hoeft u alleen de toepasselijke optie te selecteren in het venstermenu in plaats van de tekst telkens opnieuw in te voeren.
Kies Venstermenu als u een kolom hebt met herhalende opties waaruit u kunt kiezen

Pop-upcellen gebruiken nu de Slimme overeenkomsttechnologie van OmniFocus. Wanneer u tekens typt, probeert OmniOutliner het gewenste item te raden. Die tekens moeten niet noodzakelijk aan het begin staan of elkaar opvolgen.

De Slimme overeenkomsttechnologie maakt het u gemakkelijk de gewenste optie te zoeken vanaf een venstermenu

Als er bovendien een nieuwe term is die nog niet is gedefinieerd als onderdeel van het venstermenu, kunt u Command-Return invoeren om deze toe te voegen aan de lijst.

RTF-structuur
Kies RTF-structuur voor gewone tekst; dit is de standaard kolomstijl voor nieuwe kolommen.
Kies RTF-structuur voor al uw behoeften op het vlak van tekstinvoer
Overzicht
Het eerste en belangrijkste dat u moet weten over kolomoverzichten is, dat ze alleen verschijnen op de bovenliggende rij voor een groep. Als u bijvoorbeeld een document van twee kolommen hebt dat de prijsgegevens toont voor verschillende onderdelen die u nodig hebt, en u Overzicht ▸ Totaal kiest, zult u zich wellicht afvragen “Hoeveel het totaal nu zal zijn?”. Maar als u die rijen samen groepeert door de rijen te selecteren en te kiezen voor Organiseer ▸ Groepeer (Option-Command-G), komt u terecht in een magische wereld.
Overzichten verschijnen in de bovenliggende rij voor een groep kinderen.

U zult eerst merken dat alle rijen die u hebt geselecteerd, ingesprongen zijn en onder een nieuwe bovenliggende rij zijn geplaatst. En in die bovenliggende rij verschijnt het totaal in de kolom met alle prijsinformatie, maar met een grijze achtergrond in de cel. De grijze achtergrond is een transparante laag van zwart die elke achtergrondkleur die u aan de rijstijl hebt toegewezen, iets donkerder maakt.

De opties in het pop-upmenu Overzicht veranderen afhankelijk van hetgeen u hebt geselecteerd in het pop-upmenu Type:

Aankruisvak
Overzichtopties omvatten:
Geen
Er is geen overzicht; de overzichtcel toont een aankruisvak dat volledig onafhankelijk van de onderliggende niveaus optreedt.
Status
Toont een leeg aankruisvak als er geen items zijn afgevinkt, een aankruisvak met een streep erin als sommige items zijn gecontroleerd of een geselecteerd aankruisvak als alle items zijn afgevinkt.
Verborgen
De overzichtcel is leeg, ongeacht de status van de andere aankruisvakken in de kolom.
Datum
Overzichtopties omvatten:
Geen
Er is geen overzicht.
Minimum
De overzichtcel toont de vroegste datum (of tijd) in de kolom van de onderliggende rijen.
Maximum
De overzichtcel toont de laatste datum (of tijd) in de kolom van de onderliggende rijen.
Verborgen
De overzichtcel is leeg.
Duur
Overzichtopties omvatten:
Geen
Er is geen overzicht.
Totaal
De overzichtcel toont het totaal van alle cellen in de kolom.
Minimum
De overzichtcel toont de laagste duur in de kolom.
Maximum
De overzichtcel toont de hoogste duur in de kolom.
Gemiddelde
De overzichtcel toont de gemiddelde duur voor de onderliggende items onder de bovenliggende rij in die kolom.
Verborgen
De overzichtcel is leeg.
Getal
Overzichtopties omvatten:
Geen
Er is geen overzicht.
Totaal
De overzichtcel toont het totaal van alle cellen in de kolom.
Minimum
De overzichtcel toont het laagste getal in de kolom.
Maximum
De overzichtcel toont het hoogste getal in de kolom.
Gemiddelde
De overzichtcel toont het gemiddelde aantal voor de onderliggende items onder de bovenliggende rij in die kolom. Dit maakt alleen een gemiddelde van afgeleide subcomponenten. Dit betekent dat er een gemiddelde wordt gemaakt van alle opgenomen rijen zonder onderliggende niveaus, ongeacht hoeveel niveaus afstand er zijn.
Verborgen
De overzichtcel is leeg.
Venstermenu
Overzichtopties omvatten:
Minimum
Als het venstermenu cijfers bevat, toont de overzichtcel het laagste getal dat in die kolom wordt gebruikt. Als het venstermenu tekst bevat, gebruikt de overzichtcel het eerste gegeven in het infovenster Kolom.
Maximum
Als het venstermenu cijfers bevat, toont de overzichtcel het hoogste getal dat in die kolom wordt gebruikt. Als het venstermenu tekst bevat, gebruikt de overzichtcel het laatste gegeven in het infovenster Kolom.
Verborgen
De overzichtcel is leeg.
RTF-structuur
Overzichtopties omvatten:
Geen
Er is geen overzicht.
Verborgen
De overzichtcel is leeg.

Infovenster Opbouw Knop voor het infovenster Opbouw

Gebruik het infovenster Opbouw wanneer u de stijlen die de opbouw als geheel beïnvloeden wilt aanpassen, en niet de stijlen die kunnen worden toegepast op een bepaald deel van de opbouw.

Het infovenster Opbouw
Wisselende rijen
Gebruik de optie Wisselende rijen om een achtergrondkleur in te stellen op wisselende rijen in uw document. U kunt kiezen uit een van de vooraf ingestelde kleuropties (Subtiel grijs, Subtiel groen of Subtiel blauw) of klikken op de kleurenbalk ernaast om een aangepaste kleur of achtergrondpatroon te kiezen uit het palet Kleuren.
Horizontaal raster
Gebruik de optie Horizontaal raster om een dunne lijn kleur toe te voegen tussen de rijen in uw document. U kunt kiezen uit een van de vooraf ingestelde kleuropties (Subtiel grijs, Sterk grijs, Subtiel groen, Sterk groen, Subtiel blauw, Sterk blauw, Subtiel rood, Sterk rood) of klikken op de kleurenbalk ernaast om een aangepaste kleur of achtergrondpatroon te kiezen uit het palet Kleuren.
Verticaal raster
Gebruik de optie Verticaal raster om een dunne lijn kleur toe te voegen tussen de kolommen in uw document. U kunt kiezen uit een van de vooraf ingestelde kleuropties (Subtiel grijs, Sterk grijs, Subtiel groen, Sterk groen, Subtiel blauw, Sterk blauw, Subtiel rood, Sterk rood) of klikken op de kleurenbalk ernaast om een aangepaste kleur of achtergrondpatroon te kiezen uit het palet Kleuren.
Kolomkopteksten
Kies of de kolomkopteksten moeten worden weergegeven of verborgen. De optie Automatisch toont elke tekst die u hebt ingevoerd voor een koptekst, maar verbergt de algemene koptekst Onderwerp als u slechts één kolom in uw document hebt. U kunt dit ook doen door te kiezen voor Weergave ▸ Kolomkopteksten ▸ Toon/Automatisch/Verberg.
Toon rijstatus
Kies deze optie als u de statusaankruisvakken links van elke rij wilt weergeven. Deze verschillen van de optie Aankruisvak die u kunt instellen op een kolom, want statusaankruisvakken bevinden zich altijd aan de linkerrand en volgens het inspringingsniveau van uw rijen.
Inline-notities
Met deze knoppen kunt u bepalen of de inline notities worden aangepast op basis van de eerste kolom van het document of als ze over de breedte van alle kolommen worden gespreid. Inline notities die de stijl Notities krijgen, verschijnen onder de tekst die u hebt ingevoerd in een rij.

(Pro) Als u OmniOutliner Pro hebt, kunt u kiezen om inline notities te laten verschijnen in een afzonderlijk venster onderaan in de opbouw (Weergave ▸ Notities ▸ Toon in paneel).

Inspringing onderliggende rijen (Pro)
Via dit pop-upmenu kunt u kiezen hoe ver de onderliggende rijen zullen inspringen. U kunt kiezen uit een van de opties die we hebben voorzien (0, 8, 16 of 24 pixels) of u kunt de gewenste waarde invoeren en op Return drukken.

Infovenster Document Knop voor het infovenster Document

Gebruik het infovenster Document om extra informatie (metagegevens) te bieden over het document waaraan u werkt. De informatie die u hier opgeeft blijft bij het document en maakt het u gemakkelijker het terug te vinden op uw Mac met Spotlight.

Het infovenster Document

De eerste optie in het infovenster Document, Comprimeer op schijf, bepaalt hoe uw Outliner-document wordt opgeslagen. Deze optie is documentspecifiek, wat betekent dat u dit kunt in- of uitschakelen afhankelijk van uw persoonlijke behoeften.

Als u dit vakje selecteert, gebruikt OmniOutliner een eenvoudige zip-compressie om uw bestanden te comprimeren tot het kleinst mogelijke formaat. Gecomprimeerde bestanden nemen niet alleen minder ruimte in op uw harde schijf, maar ze kunnen ook gemakkelijker via e-mail worden verzonden naar uw vrienden en collega’s.

Als u de optie Comprimeer op schijf niet selecteert, betekent dit dat uw bestanden niet worden gecomprimeerd en ze zullen meer plaats innemen, zoals getoond in de Finder. U moet overwegen om dit uitgeschakeld te laten als u uw OmniOutliner-bestanden opslaat in een versie- of documentbeheersysteem, of zo kunt u gemakkelijker scripts (Python, Ruby enz.) uitvoeren op de XML binnen uw document.

De metagegevensvelden in het infovenster Document omvatten:

Copyright
Copyrightverklaringen geven standaard aan wie de wettelijke rechten heeft om iets te doen. Omdat dit uw ding is, of het ding van het bedrijf is, voert u uw naam of de naam van uw bedrijf in dit veld in.
Versie
Versienummers worden gebruikt om een bepaalde “status” van een project aan te duiden. 0,1 kan bijvoorbeeld een bètaversie zijn, terwijl 1.0 een eerste uitgave kan zijn. U kunt zelfs zo ver gaan als het toevoegen van een subversienummer, zodat u zult uitkomen op iets in de trend van 4.0.1 wanneer u een tikfout of andere fout corrigeert. De keuze is helemaal aan u.
Onderwerp
Voer iets in zoals hetgeen dat u zou invoeren als de onderwerpregel voor een e-mail, bijv. Projecttoewijzingen personeel voor OmniOutliner 5 of Recept gebakken kip.
Beschrijving
Beschrijf de inhoud van uw OmniOutliner-bestand. Bijvoorbeeld een lijst van fietsonderdelen of Acteurs die Batman hebben gespeeld.
Opmerkingen
Gebruik het veld Opmerkingen om meer informatie over het bestand waaraan u werkt, in te voeren. U kunt bijvoorbeeld extra details opgeven over een project waaraan dit bestand is gekoppeld, of notities aan uzelf richten over andere zaken die u aan het bestand wilt toevoegen.

Onder het veld Opmerkingen, ziet u een pop-upmenu dat is ingesteld op Auteurs. Dit menu werkt in combinatie met de onderstaande keuzelijst voor het maken van kenmerken en waardeparen voor metagegevens. Wat zegt u? Te saai? Ok, geef ons even de kans om het uit te leggen...

Hieronder wordt beschreven hoe u een kenmerk- en waardepaar van metagegevens kunt maken via het pop-upmenu en de keuzelijst:

  1. Selecteer een van de opties in het pop-upmenu (Auteurs, Organisaties, Talen, Trefwoorden of Projecten, zoals verder beschreven).

  2. Klik op de knop Voeg toe (het teken +) onderaan in het infovenster Document.

    Gebruik het pop-upmenu samen met de keuzelijst om extra metagegevens toe te voegen aan uw OmniOutliner-bestand

    Wanneer u op Toevoegen klikt, verandert de focus in het vak in het midden, zodat u informatie kunt invoeren over het item dat u hebt geselecteerd in het pop-upmenu.

    Klik op Voeg toe (de knop met het plusteken) en voer dan het trefwoord in om het kenmerk- en waardepaar van de metagegevens te voltooien.
  3. Wanneer u klaar bent met het invoeren van wat tekst, drukt u op Tab of Return om de informatie van de metagegevens op te slaan naar het bestand.

Als u later beslist dat u een item wilt verwijderen, selecteert u het met de muis en klikt u vervolgens op Verwijder (de knop , naast de knop Voeg toe). Om een bestaand item te bewerken, dubbelklikt u erop om de tekst te markeren. Voer dan uw wijzigingen in en druk op Tab of Return om de wijzigingen op te slaan.

Opties in het pop-upmenu bevatten het volgende: al deze opties kunnen meerdere gegevens bevatten.

Auteurs
Voer de naam in van de persoon die het document heeft gemaakt. Dit kan u zijn, of u samen met een collega, of u en de kat die niet van uw schoot wil terwijl u tot 2 uur ’s nachts aan het werk bent. Uw vrienden op het werk kunnen zich natuurlijk afvragen waarom Barones snoezepoes III bijdraagt aan een geheim project, maar dat laten we over aan advocaten om dit uit te zoeken.
Organisaties
Voer de naam in van uw bedrijf of de organisatie waarvoor het document is gemaakt.
Talen
Voer de taal in, zoals Engels of Japans of gebruik een van de ISO 639-taalcodes, zoals en of jp, om er maar enkele te noemen.
Trefwoorden
Ach, hier zult u ongetwijfeld het meeste plezier aan beleven! Trefwoorden verbeteren de vindbaarheid van uw bestanden meer dan wat ook. Dit is te wijten aan het feit dat u massa’s trefwoorden kunt toevoegen aan uw bestand en deze kunnen zo beschrijvend en extravagant zijn als u zelf wilt. De sleutel (niet grappig bedoeld) hier is dat de trefwoorden zijn wat Help uniek maakt voor elk document wanneer het erom gaat bestanden te vinden met Spotlight.
Projecten
Als u een Outlinerbestand hebt geselecteerd voor een specifiek project, voert u hier de projectnaam in.

Tip
Als u andere Omni-apps zoals OmniGraffle of OmniPlan gebruikt, kunt u soortgelijke metagegevens invoeren in de infovensters Document voor die apps. Als u dus een project volgt in OmniPlan, grafieken en diagrammen maakt in OmniGraffle en uw taaklijst beheert in OmniFocus, kunt u soortgelijke informatie invoeren voor elk project. Op die manier kunt u een Spotlight-zoekactie uitvoeren voor een specifiek project. U kunt die projectnaam gewoon invoeren in het zoekveld van Spotlight en al uw verwante documenten op één plaats zien (zelfs als ze niet op dezelfde plaats zijn opgeslagen).

Zoals eerder vermeld, wordt de informatie die u in deze velden en via het pop-upmenu invoert, geregistreerd op uw Mac als aanvullende metagegevens voor dat specifieke OmniOutliner-bestand. Wanneer u een Spotlight-zoekactie uitvoert door op het Spotlight-menu in de menubalk te klikken (of met Command-Space), helpt alle informatie die u hebt ingevoerd in het infovenster Document, u om uw bestanden gemakkelijker terug te vinden.

In plaats van een Finder-venster te openen en proberen te onthouden waar u dat supergeheime bestand hebt verborgen, kunt u op Command-spatie drukken en een van de trefwoorden of iets anders dat u helpt bij het identificeren van het bestand. Dit verschijnt in de lijst van mogelijkheden op Spotlight.

De metagegevens die u in het infovenster Document invoert, helpen u uw bestanden op uw Mac gemakkelijker terug te vinden.

Om het bestand te openen, markeert u het met uw muis en drukt u op Return.

Tip
Spotlight werkt momenteel met elk bestand op uw Mac en niet alleen met de OmniOutliner-bestanden waaraan u metagegevens hebt toegewezen. Spotlight is een service op systeemniveau die alle bestanden op uw Mac automatisch catalogiseert om u te helpen de benodigde bestanden snel terug te vinden.

Infovenster Stijlkenmerken Knop voor het infovenster Stijlkenmerken

Bij een snelle blik is het infovenster Stijlkenmerken iets misleidend. Wat lijkt op een zachtaardig venster dat u alle stijlen in uw document toont, is in werkelijkheid relatief krachtig.

Het infovenster Stijlkenmerken

Als u stijlen toepast op de rijen en kolommen in uw OmniOutliner-bestand, worden die stijlen hier weergegeven in het infovenster Stijlkenmerken. Wat u in het infovenster Stijlkenmerken ziet, is afhankelijk van de plaats waar de cursor zich momenteel bevindt in het document. De vorige afbeelding toont dat de cursor op een rij op niveau 2 stond en dat de tekst in alle rijen van niveau 2 een stijl moet krijgen met een tekst van 14pt, met de kleur Krijt (wat eigenlijk gewoon wit is)

Maar laten we veronderstellen dat u wilt dat de tekst in de rijen van niveau 1 dezelfde witte kleur hebben. U kunt die stijl heel gemakkelijk toepassen. Klik hiervoor op het gekleurde vierkantje in het midden van het infovenster en sleep het naar de stijl Rij op niveau 1 in het paneel Stijlen van de zijbalk. En voila! De tekst voor alle rijen van niveau 1 zijn nu 14 pt wit. Dit maakt het voor u gemakkelijk om verschillende stijlen uit te proberen. En denk eraan! Als u niet tevreden bent met de wijziging die u hebt aangebracht, kunt u altijd op Command-Z drukken om de laatste wijziging ongedaan te maken en terug te keren naar de normale toestand.

Wat het infovenster Stijlkenmerken echter bijzonder nuttig maakt, is dat de volgorde van de weergegeven stijlen, overeenkomt met de prioriteit van de stijlen die worden toegepast op de selectie. Hier kunt u zien hoe de stijl van het geselecteerde item wordt berekend. Zo kunt u uitzoeken waarom het er zo uitziet. Daarnaast kunt u ook op de knop Wis stijl aan de rechterzijde klikken om alle stijlen die problemen veroorzaken, te verwijderen, zonder dat u het bedieningselement nodig hebt dat u hebt gebruikt om de stijl in te stellen.

Afdrukken vanaf OmniOutliner

Of u nu klaar bent met het werken aan uw OmniOutliner-document of als u bezig bent met het controleren van stijlen en opmaak voordat u een opbouw verzendt, een van de zaken die u wellicht zult willen doen, is het afdrukken van uw opbouw. En als het gaat om afdrukken, heeft OmniOutliner enkele trucs achter de hand die het afgedrukte formulier nog meer glans zullen geven.

Om af te drukken, kiest u Archief ▸ Druk af of gebruikt u de standaard toetsencombinatie Command-P. Dit opent het standaard Mac-dialoogvenster voor het afdrukken, mar zoals vermeld hebben we enkele OmniOutliner-specifieke zaken toegevoegd aan het dit venster.

Afdrukvenster van OmniOutliner

Dit hoofdstuk begeleidt u doorheen de complexe kneepjes van het afdrukvenster en toont u hoe u de afgedrukte uitvoer van uw OmniOutliner-document kunt aanpassen.

Basiselementen van het afdrukvenster

Wanneer u kiest voor Archief ▸ Druk af (Command-P) verschijnt het afdrukvenster van OmniOutliner. Dit bevat drie secties:

  1. Afdrukvoorbeeld aan de linkerzijde
  2. Printerinstellingen bovenaan rechts
  3. Afdrukopties rechts onder het gecentreerde pop-upmenu
Afdrukvenster van OmniOutliner

In het gebied Printerinstellingen kunt u een printer op uw lokaal netwerk en alle voorinstellingen kiezen, definiëren hoeveel exemplaren u wilt maken en of u wilt afdrukken op beide zijden van het papier, en of u het volledige document of een specifiek paginabereik wilt afdrukken. Ongeacht de instellingen in het pop-upmenu, blijft het gedeelte Printerinstellingen altijd ongewijzigd.

Het pop-upmenu is standaard ingesteld op Inhoud waar de documentspecifieke afdrukopties worden onthuld. Het gedeelte Afdrukopties verandert op basis van de optie die u hebt geselecteerd in het pop-upmenu. De wijzigingen die u maakt in het gedeelte Afdrukopties beïnvloedt de manier waarop het Afdrukvoorbeeld verschijnt.

Afdrukopties van OmniOutliner

Zoals gemeld via het pop-upmenu onder het gedeelte met de afdrukinstellingen, hebben we het afdrukvenster aangepast met heel wat opties die specifiek zijn voor OmniOutliner.

Afdrukopties die specifiek zijn voor OmniOutliner-documenten

Aan de linkerzijde van het afdrukvenster ziet u een exacte replica van uw OmniOutliner-document die u toont hoe uw afgedrukt document er zal uitzien. U kunt de pijlknoppen onder de voorbeeldweergave gebruiken om te bladeren door uw document zodat u kunt controleren of alles in orde is.

Terwijl u de verschillende opties in- of uitschakelt, verandert het Afdrukvoorbeeld overeenkomstig. De enige uitzondering hierop is de optie Inclusief notities. Als u wilt dat de notities in uw opbouw worden afgedrukt, moet u ervoor zorgen dat ze zichtbaar zijn in het document door te kiezen voor Weergave ▸ Toon alle notities (Control-Command-'). Als u niet alle notities wilt afdrukken, kunt u specifieke rijen selecteren en kiezen voor Weergave ▸ Toon notitie (Option-Command-') om de notitie voor die rij weer te geven.

Tip
Als u eerder alle notities hebt weergegeven in uw opbouw, kunt u ook specifieke notities weergeven of verbergen. Selecteer hiervoor de rij met de notitie die u wilt verbergen en kies Weergave ▸ Verberg notitie (Option-Command-') om de notitie te verbergen. Dit is vooral nuttig als u veel notities in een opbouw hebt, maar bepaalde ervan wilt verbergen vóór het afdrukken of genereren van een PDF.

OmniOutliner drukt alleen de zichtbare kolommen in uw document af. Als u geen specifieke kolom wilt afdrukken, kiest u Weergave ▸ Kolommen en kiest u vervolgens in het submenu de kolom die u wilt verbergen. Hiermee wordt die kolom in het menu “uitgeschakeld”. U kunt ook klikken op een kolomkoptekst terwijl u op Control drukt en kiezen voor Verberg in het contextmenu. Om de kolom later opnieuw te laten verschijnen in uw document, kiest u Weergave ▸ Kolommen ▸ Toon alle kolommen.

Pro-tip
Als u OmniOutliner Pro hebt, kunt u handmatig pagina-einden toevoegen via het infovenster Stijlen.

Andere afdrukopties die beschikbaar zijn via het pop-upmenu

Als u klikt in het pop-upmenu ziet u talrijke andere afdrukopties. Wij zullen ons echter concentreren op de opties Kopteksten en voetteksten en Marges.

Het pop-upmenu Afdrukopties, opengevouwen

Kopteksten en voetteksten toepassen op uw opbouw

De afdrukinstellingen voor Kopteksten en voetteksten geven u de mogelijkheid details over uw OmniOutliner-document bovenaan en onderaan de afgedrukte pagina toe te voegen. De zes vakken (telkens drie voor kopteksten en voetteksten) staan voor de posities links, midden en rechts op de pagina. Gebruik de pop-up net boven de koptekstsectie om de kopteksten en voetteksten toe te passen op Masterpagina, Eerste pagina, Oneven pagina’s of Even pagina’s. Gebruik het pop-upmenu Voeg in net onder het vak uiterst rechts om een of meer van de volgende items in te voeren:

  • Paginanummer
  • Sectietitel
  • Laatste bewerkingstijd
  • Aantal pagina’s
  • Documenttitel
  • Naam document
  • Afdruktijd
Afdrukopties koptekst en voettekst

Klik in een van de zes vakken en kies de optie in het menu Voeg in. In de volgende afbeelding worden bijvoorbeeld de documenttitel en de afdruktijd respectievelijk ingevoegd in de middelste en rechtervakken van de koptekst. Voor de voettekst gebruikt het middelste vak een combinatie van Paginanummer en Aantal pagina’s (met het woord “van” tussengevoegd). Dit wordt afgedrukt als 1 van 3 of 2 van 3 en is vooral nuttig voor lange documenten.

Een voorbeeld van het configureren van de af te drukken kopteksten en voetteksten op een OmniOutliner-document

De paginamarges instellen

Gebruik de afdrukopties voor Marges om te bepalen hoe de inhoud van uw document verschijnt binnen de grenzen van een afgedrukte pagina. Met de bedieningselementen Boven en Onder kunt u de afstand instellen vanaf de rand van de pagina tot alle kopteksten en voetteksten die u hebt aangebracht en vanaf de kopteksten en voetteksten tot de eigenlijke inhoud. Om waarden van de marge aan te passen, kunt u in het vak klikken en iets anders invoeren of kunt u de kleine pijlen aan de rechterzijde gebruiken om de waarde te verhogen of te verlagen.

De marges instellen voor uw document

Wanneer u klaar bent met het instellen van de Afdrukopties voor uw document, klikt u op Druk af om het bestand af te drukken.

Voorkeuren

U hebt nu de gelegenheid gehad de interface van OmniOutliner 4 beter te leren kennen. Laten we nu wat tijd nemen om de voorkeuren van de toepassing te verkennen. Om het voorkeurenpaneel van OmniOutliner te openen, kiest u OmniOutliner ▸ Voorkeuren of gebruikt u de superhandige toetscombinatie Command-komma (⌘-,). Er zijn zes voorkeurenpanelen die u kunt gebruiken om OmniOutliner 4 verder aan te passen aan uw behoeften en uw werkstijl.

Elk voorkeurenpaneel bevat een reset- (oo4mac_button_reset) en help-knop (Help-knop) zodat u altijd kunt terugkeren naar de standaardinstellingen of deze Help-pagina snel kunt oproepen vanaf de app.

Algemene voorkeuren

Gebruik het paneel Algemene voorkeuren om wijzigingen uit te voeren die van toepassing zijn op het volledige bord voor alles wat u doet in OmniOutliner.

De algemene voorkeuren

Opties in Algemene voorkeuren omvatten:

Nieuwe documenten
Kies wat er gebeurt wanneer u een nieuw document maakt. U kunt kiezen voor Archief ▸ Nieuw of de toetscombinatie Command-N. U hebt de keuze tussen het openen van de nieuwe bronbrowser of het maken van een nieuw document op basis van de standaard sjabloon. Als u de standaard sjabloon wilt wijzigen, klikt u op Kies en selecteert u dan een van de OmniOutliner-sjabloonbestanden op uw Mac.
Koppelingen
Schakel de mogelijkheid hyperlinks (zoals http://www.omnigroup.com) aanklikbaar te maken, in of uit. Als u deze optie uitschakelt, worden de URL’s die u invoert, gerenderd als RTF. Als u er dan op klikt, wordt de URL niet geopend in uw standaard webbrowser.

Als u het tekstlabel van een URL wilt wijzigen, gebruikt u Option-click op de koppeling, wijzigt u de schermtitel volgens uw keuze en klik dan op Gereed.

Stijlen
Schakel de instelling voor een nieuwe rij in of uit om de stijl van hetzelfde niveau van die rij over te nemen. Wanneer dit is ingeschakeld en u een nieuwe rij toevoegt (door op Return of Shift-Return te drukken), neemt die nieuwe rij de stijlen over van de rij waarin u zich eerder bevond. Als die uitgeschakeld is worden allee nieuwe stijlen die u maakt opnieuw ingesteld naar de standaardstijlen van de sjabloon die u hebt gekozen.

Laten we bijvoorbeeld veronderstellen dat u een nieuw document hebt dat de sjabloon Blanco gebruikt en dat u deze optie hebt uitgeschakeld. Klik in de eerste rij op de rij-ingang en wijs een oranje achtergrond toe aan de rij. Voer dan wat tekst in en druk op Return. De volgende rij neemt de oranje achtergrondkleur niet open, maar heeft een witte achtergrond (dit is de standaard voor de sjabloon Blanco). Als de optie Stijlen nu was ingeschakeld, zou de volgende rij die u maakt vanaf de oranje rij, dezelfde oranje achtergrondkleur overnemen.

Toetsenbordvoorkeuren

Gebruik de Toetsenbordvoorkeuren om aan te passen hoe OmniOutliner reageert wanneer u op bepaalde toetsen drukt.

De toetsenbordvoorkeuren

Deze opties zijn als volgt:

Bij drukken op Tab
Als u op de Tab-toets drukt, zal een rij standaard inspringen. U kunt dit wijzigen naar Ga naar volgende cel door de keuzerondjes te selecteren. Als u de Option-toets ingedrukt houdt, wordt een echt Tab-teken ingevoerd en als u op Shift-Tab drukt, zal de inspringing van de huidige rij verkleinen.
Bij drukken op Return
Als u op Return drukt, wordt standaard een nieuwe lege rij gemaakt. U kunt dit wijzigen naar Voeg een regeleinde in de huidige rij in door de keuzerondjes te selecteren. Als u echter op Option-Return drukt, wordt altijd een nieuwe regel in de huidige rij ingevoegd.

Op dezelfde manier kunt u, terwijl Splits de huidige rij bij het invoegpunt is ingesteld, de huidige rij op de cursorpositie splitsen in twee rijen door op Return te drukken. Zelfs wanneer deze optie is uitgeschakeld, kunt u op Control-Return drukken om een rij in twee te splitsen.

Aanmaak nieuwe rijen
Standaard zijn nieuwe rijen Inspringen bij rijen onderliggen niveau wanneer u op Return drukt. Als u het keuzerondje voor Altijd op hetzelfde niveau inschakelt, worden er nieuwe rijen gemaakt op hetzelfde niveau als de lijn waarop uw cursor zich bevindt wanneer u op Return drukt.
Bij drukken op Escape
Er zijn twee opties voor wat er gebeurt wanneer u op de Escape-toets drukt. Als u op de Escape-toets drukt, wordt standaard een systeemoverkoepelend aanvullingsmenu geopend. Dit is vooral handig wanneer u niet zeker bent hoe u iets moet spellen. U kunt gewoon de eerste tekens van het woord typen en op Escape drukken. Nu verschijnt een pop-upmenu met een lijst van mogelijke opties. Om een van de opties te accepteren, kunt u erop klikken met uw muis. U kunt ook de pijl omlaag gebruiken om de markering te verplaatsen naar het woord dat u nodig hebt en dan op Tab of Return drukken om die optie te accepteren.
Als u op de Escape-toets drukt, wordt het standaard systeemmenu voor het aanvullen geopend, zodat u tekst sneller kunt invoeren.

Gebruik de andere optie, Begin of beëindig tekstbewerking, wanneer u snel iets wilt invoeren en u zich moet kunnen verplaatsen binnen uw opbouw en rijen en kolomcellen efficiënter wilt bewerken. Als u op Escape drukt na het invoeren van wat tekst in een rij, wordt die rij gemarkeerd. Als u opnieuw op Escape drukt, wordt de cursor aan het einde van de regel geplaatst zodat u verder kunt typen.

Pas benoemde stijlen toe met het volgende
Standaard kunt u een van de functietoetsen gebruiken om een van de benoemde stijlen toe te passen op de huidige rij. (Benoemde stijlen vindt u in het onderste deel van de sectie Stijlen van de zijbalk.) Om de functietoetsen te gebruiken (F1 tot en met F9), houdt u de fn-toets ingedrukt en drukt u vervolgens op een genummerde functietoets voor het toepassen van de stijl. Om bijvoorbeeld de benoemde stijl Koptekst 1 toe te passen, gebruikt u fn-F1.

U kunt dit wijzigen naar Control + cijfer door de keuzerondjes in het voorkeurenpaneel in of uit te schakelen. Dit kan het u gemakkelijker maken benoemde stijlen toe te passen omdat het gebruik van de fn-toets samen met de verschillende functietoetsen, nogal onhandig kan zijn.

Voorkeuren voor het importeren en exporteren van tekst

OmniOutliner biedt ook de mogelijkheid bestanden in onbewerkte tekst te importeren of exporteren. Om hierbij te helpen, vindt u in Tekstimport en -exportvoorkeuren de tekens zien (of wijzigen) die worden gebruikt om elementen in een OmniOutliner-document voor te stellen.

De tekstvoorkeuren

De documentelementen waarover u de controle hebt, omvatten opsommingstekens, selectievakjes en spatiëring. Er is ook een pop-upmenu waarin u het tekstcodeertype voor import- en exportbewerkingen kunt selecteren.

RTF-exportvoorkeuren

Net als bij de voorkeuren voor het importeren en exporteren van tekst, kan OmniOutliner documenten ook exporteren als RTF (Rich Text Format). Hiervoor hebben we enkele tekens en grootten vooraf ingesteld op basis van de objecttypes voor opsommingen en selectievakjes. We hebben ook spatiëringen voor inspringingen en de afstand tussen kolommen voorzien.

De RTF-exportvoorkeuren

U kunt de standaardinstellingen gebruiken of deze aanpassen volgens uw voorkeur en op basis van uw eigen documentbehoeften.

Voorkeuren voor audio-opname

Gebruik de voorkeuren voor de audio-opname om te zien welke microfoon u gebruikt voor het opnemen, om het compressieniveau te wijzigen of om de tijdelijke opnamemap te openen.

Voorkeuren voor audio-opname

Terwijl u audio opneemt, maakt OmniOutliner een tijdelijk bestand waarin u de stukjes audio die u opneemt, kunt bewaren. Wanneer u klaar bent met uw opname, verdwijnt het tijdelijke bestand en wordt het verplaatst naar uw OmniOutliner-document. Als OmniOutliner echter onverwacht afsluit terwijl u bezig bent met opnemen, is niet alle hoop verloren. De tijdelijke opname is er nog en de eenvoudigste manier om deze te bereiken, is vanaf het voorkeurenpaneel van Audio opnemen. Klik gewoon op de knop Open map en u wordt meegenomen naar een nieuw Finder-venster waar het tijdelijke bestand is opgeslagen. U kunt dit vervolgens slepen in OmniOutliner of het in de prullenmand gooien als u helemaal opnieuw wilt beginnen.

Voorkeuren automatische software-update

Er is niets erger dan verouderde software. De manier om zeker te zijn dat u altijd de nieuwste en beste versie van OmniOutliner gebruikt, is dit te controleren via de voorkeuren voor de automatische software-update.

De updatevoorkeuren

U kunt ervoor kiezen om Dagelijks (standaard), Wekelijks of Maandelijks te controleren op updates. En als u echt ongeduldig bent, kunt u klikken op Zoek nu naar nieuwe versies.

Er is ook een selectievakje Stuur anonieme systeeminformatie naar de Omni Group. Hiermee wordt deze informatie verzonden wanneer u nieuwe versies zoekt. Dit is volledig vrij te kiezen. U kunt dit selectievakje dus ook uitschakelen als u dat wenst. Als u echter toch kiest om informatie over uw systeem te verzenden (er wordt nooit persoonlijke informatie verzonden), beloven wij om die informatie nooit te delen. De Omni Group gebruikt deze informatie alleen om uit te zoeken op welke types hardware en besturingssystemen we ons moeten richten voor toekomstige software-updates.

Opmerking
Als u uw exemplaar van OmniOutliner hebt aangeschaft via de Mac App Store, kunt u dit voorkeurenpaneel negeren omdat u in de App Store-app een waarschuwing zult krijgen wanneer een nieuwe update beschikbaar is. Wij bieden klanten van de Mac App Store echter nog steeds de optie om ons anonieme systeeminformatie te sturen bij de update.

OmniOutliner-bestanden delen met andere apps

Zoals vermeld is OmniOutliner het neusje van de zalm wanneer het gaat over werken met tekst. En voor al uw behoeften op het vlak van tekst, hebben wij het voor u gemakkelijk gemaakt om tekstbestanden te importeren en om ze te exporteren in verschillende indelingen.

Exporteren vanaf OmniOutliner

U bent klaar met werken aan uw meesterwerk en u wilt nu uw OmniOutliner-bestand delen met iedereen rondom u. Voor de keren dat u een OmniOutliner-bestand moet verzenden naar iemand die OmniOutliner niet heeft (u hebt ze toch gezegd hoe fantastisch OmniOutliner is, hé?), hebben we een grote keuze aan bestandsindelingen voor het exporteren toegevoegd. Om een open bestand te exporteren, kiest u Archief ▸ Exporteer (Option-Command-E). Kies vervolgens een van de volgende opties in het pop-upmenu Bestandsstructuur:

CSV
Wanneer u een opbouw met meerdere kolommen exporteert als CSV, slaat OmniOutliner het csv-bestand op met standaard CSV-conventies (d.w.z. elke kolom wordt gescheiden door een komma en tekst met spaties wordt tussen aanhalingstekens geplaatst).
HTML
Maakt een map met dezelfde naam die een bestand index.html bevat, samen met de nodige afbeeldingen en bijlagen waaruit uw OmniOutliner-bestand bestaat. Alle stijlen die u hebt gebruikt in OmniOutliner worden geconverteerd naar CSS en opgenomen in het bestand index.html.
HTML (dynamisch)
Deze optie biedt u alles dat hoort bij de standaard HTML-export, plus een toegevoegd bestand outliner.js. Dit JavaScript-bestand zorgt ervoor dat het bestand dynamisch is. Dit betekent dat u de secties van uw document kunt openen en sluiten, net zoals u dat zou doen in OmniOutliner.
Microsoft Word (inspringend) (Pro)
Microsoft Word (opbouw) (Pro)
Exporteert uw prachtig ontworpen OmniOutliner-bestand in een docx-bestand dat u kunt openen in Microsoft Word. Het verschil tussen deze twee opties is het volgende:
  • Als u Microsoft Word (inspringend) kiest, wordt een docx-bestand gemaakt dat opent in de standaard paginalay-outweergave en de opbouwstructuur behoudt. Kies deze optie als u uw opbouw in een meer algemeen formaat moet verzenden.

  • Als u Microsoft Word (opbouw) kiest, wordt een docx-bestand gemaakt dat standaard opent in de opbouwweergave van Word. Kies deze optie voor het exporteren van een opbouw waarop onmiddellijk kan worden uitgevouwen in Word. Als uw originele opbouw echter afbeeldingen bevat, detecteert Word de afbeeldingsbronnen in het bestand en wordt het document in plaats daarvan in de Paginalay-outweergave gerenderd. Als u dat document schakelt naar de opbouwweergave van Word, ziet u grote blanco ruimten waar de afbeeldingen zouden moeten verschijnen.

MS Word (HTML) (Pro)
Exporteert een .dochtml-bestand dat u kunt openen in Microsoft Word.
OmniOutliner 3
Exporteert een .oo3-bestand dat kan worden geopend in OmniOutliner 3 of 4 for Mac en in OmniOutliner 1 en 2 for iPad. Deze bestanden zijn niet compatibel met OmniOutliner 2 for Mac en eerder.
OmniOutliner 3-sjabloon
Exporteert een .oo3template-bestand dat kan worden geopend in OmniOutliner 3 of 4. Deze bestanden zijn niet compatibel met OmniOutliner 2 of eerder.
OPML (Outline Processor Markup Language)
Exporteert een opml-bestand dat de hiërarchische structuur van uw opbouw behoudt. OPML-bestanden behouden echter geen van de stijlen die u mogelijk hebt toegepast in OmniOutliner.

OPML (Outline Processor Markup Language) is een XML-documentindeling die specifiek werd ontworpen voor opbouwen. OPML werd ontwikkeld door UserLand Software voor gebruik als een originele bestandsindeling van Radio UserLand. Deze indeling biedt alles wat u structureel wenst in een opbouw en maakt u het u gemakkelijk opbouwen te delen met andere apps en services.

Ondanks zijn flexibiliteit, heeft de OPML-bestandsindeling alleen voorzieningen voor een gestructureerde hiërarchische tekst en herkent deze geen stijlen of bijlagen. Hoewel dit goed is voor opbouwen die alleen uit tekst bestaan, wilt u wellicht de stijlen die u uw opbouw hebt gegeven en waaraan u veel tijd hebt besteed, bewaren. Maakt hiervoor eerst een sjabloonthema en daarna kunt u dat thema later opnieuw toepassen. Denk er echter wel aan dat alle stijlen (inclusief dat sjabloonthema) die u hebt toegepast, worden verwijderd wanneer u opslaat of exporteert naar een OPML-bestand.

Om een sjabloonthema te maken vanaf een OmniOutliner-document met een stijl die u hebt gegeven, kies u voor Archief ▸ Bewaar als sjabloon. Als u dat sjabloonthema later opnieuw wilt toepassen, kiest u Opmaak▸ Pas sjabloonthema toe.

Platte tekst (vaste breedte)
Exporteert een onbewerkt txt-bestand zonder enige stijlen. Onderliggende rijen springen in met vier spaties en kolommen worden uitgelijnd met spaties. U kunt het aantal spaties dat wordt gebruikt in OmniOutliner ▸ Voorkeuren ▸ Tekst, aanpassen.
Platte tekst (met tabs)
Exporteert een onbewerkt txt-bestand zonder enige stijlen. Onderliggende rijen en kolommen worden uitgelijnd met tabs in plaats van spaties. Hierdoor is dit type export handig voor het importeren in spreadsheet-apps, zoals Numbers of Excel.
PowerPoint 2012-opmaak (pptx)
OmniOutliner exporteert de inhoud van uw opbouw in een XML-indeling die PowerPoint 2012 kan interpreteren en renderen. Na het exporteren van uw opbouw als .pptx, kunt u het PowerPoint-bestand importeren in de Keynote-app van Apple.
RTF (Rich Text Format)
Exporteert een rtf-bestand dat alle stijlen die u hebt toegepast in OmniOutliner, behoudt. RTF is een standaard documentindeling die kan worden geopend door de meeste tekstverwerkingsprogramma’s, zoals Word en de app TextEdit van OS X. Exporteer naar RTF als uw Outliner-document alleen tekst en nummers bevat.
RTFD (Rich Text Format met bijlagen)
Exporteert een rtfd-bestand dat alle stijlen die u hebt toegepast in OmniOutliner, behoudt. Het verschil tussen een RTFD en een RTF is, dat een RTFD-bestand bijlagen, zoals afbeeldingen, audioclips of iets anders dat u aan uw OmniOutliner-bestand wilt toevoegen, kan bevatten. De meeste tekstverwerkers, zoals Word, Pages en OS X’s TextEdit kunnen rtfd-bestanden openen.

Importeren naar OmniOutliner

Voor die keren dat OmniOutliner niet handig is of wanneer u een OmniOutliner-compatibel bestand ontvangt van een collega, is het leuk te weten welke bestandstypen kunnen worden geopend in OmniOutliner. Om een bestand te importeren, gebruikt u Archief ▸ Open en selecteert u vervolgens een van de volgende bestandstypes in het dialoogvenster Open:

  • .opml — een geldig OPML-bestand.
  • .oo3 — Bestanden, gemaakt met OmniOutliner 3 of 4.
  • .oo3template — Sjabloonbestanden, gemaakt met OmniOutliner 3 of 4.
  • .txt — Bestanden in tekst zonder opmaak of door tab gescheiden bestanden.
  • .rtf — Alle tekststijlen en -kleuren worden bewaard bij het importeren van een RTF-bestand.
  • .rtfd — Net als bij RTF-bestanden worden alle tekststijlen en -kleuren behouden en worden alle afbeeldingen ook meegenomen op de rit. Afbeeldingen worden automatisch aangepast aan de kolombreedte.

Tip
OmniOutliner kan geen bestanden openen die zijn gemaakt of geëxporteerd als .csv (door komma’s gescheiden waarden). Gebruik in plaats daarvan een door tabs gescheiden bestand en bewaar het met de bestandsextensie .txt.

OmniOutliner-bestanden delen met OmniGraffle

Het is ook mogelijk OmniOutliner-bestanden te delen met OmniGraffle en enkele verbazend mooie zaken te maken uit iets wat er aanvankelijk mogelijk uitzag als tekst met een fijne stijl. U kunt die tekstdingen nu gewoon aanpakken en ze nog mooier maken in OmniGraffle.

  1. Open OmniGraffle en kies Archief ▸ Open.
  2. Kies in het dialoogvenster Open een willekeurig bestand met de extensie .oo3.
  3. Klik op Open.
  4. OmniGraffle opent het dialoogvenster Opbouw importeren. Selecteer bovenaan een van de themasjablonen, zoals Cirkels of Lijnen, en kies dan in de keuzelijst voor Opbouwkolommen. Kies welke stijl u aan de kolomgegevens wilt geven (als uw OmniOutliner kolomgegevens heeft).

U kunt de krachtige Opbouweditor van OmniGraffle gebruiken (kies in OmniGraffle voor Weergave ▸ Toon inhoud▸ Opbouweditor) om diepte toe te voegen aan het diagram dat u hebt gemaakt. Wanneer u klaar bent, exporteert u het OmniGraffle-bestand als een OmniOutliner-bestand. Open dat vervolgens in OmniOutliner 4. De stijlen die u hebt gebruikt in OmniGraffle, zouden moeten meegaan naar OmniOutliner. Als u deze terug wilt wijzigen naar iets anders, kiest u Opmaak ▸ Pas sjabloonthema toe en selecteer vervolgens een sjabloon met stijlen die u wilt toepassen op het OmniOutliner-bestand.

Menucommando’s en toetscombinaties

Hier is hij, de uitgebreide lijst met alle afzonderlijke menuonderdelen, samen met elke overeenkomende toetscombinatie, beschikbaar in OmniOutliner 4. In dit deel vindt u niet zomaar een vluchtig overzicht van de beschikbare opdrachten, maar vindt u ook verborgen diamanten —tips— die u zullen helpen de juiste menuoptie (of combinatie ervan) te selecteren zodat u uw OmniOutliner Power User-badge kunt ontgrendelen en het voorwerp van afgunst kunt worden voor al uw vrienden en collega’s.

Opmerking
Er is geen echte badge die u kunt ontgrendelen voor het beheersen van OmniOutliner. Dat zou een paasei zijn en met dat soort zaken houden we ons hier niet bezig. (Niet zeker wat een paasei is? Kijk hier.)

Als u een menuoptie zoekt die geen toetsencombinatie heeft, maar u er echt een wilt, kunt u altijd nieuwe combinaties definiëren in Systeemvoorkeuren. Meer details hierover, kijkt u in de zijbalk in Kennismaken met OmniOutliner 4.

Het menu OmniOutliner

Het menu OmniOutliner, anders bekend als het app-menu, bevat commando’s die specifiek zijn voor OmniOutliner zelf, zoals het vak Info, toegang tot voorkeuren, licentiegegevens en meer.

Over OmniOutliner
Dit opent het vak Info waar u meer informatie vindt over OmniOutliner, inclusief de huidige versie en het modelnummer (in het geval u dat nodig hebt voor de technische ondersteuning). En nu we het toch hebben over technische ondersteuning... We hebben handige e-mailkoppelingen opgenomen zodat u informatie kunt vragen over de verkoop of contact kunt opnemen met de mensen bij de ondersteuningsdienst met vragen over het gebruik van OmniOutliner (of een van onze andere producten). En als u liever praat met een van de mensen van onze ondersteuningsdienst, kiest u gewoon het telefoonnummer dat we hebben opgegeven. U kunt ons bereiken van maandag tot vrijdag van 10 tot 17 uur Pacific Time.
Vak Info van OmniOutliner
Zoek naar nieuwe versies
Als uw Mac is verbonden met internet, maakt u bij het selecteren van deze optie verbinding met onze servers om te zien of er een bijgewerkte versie beschikbaar is voor OmniOutliner. Als er een versie beschikbaar is, wordt u eerst gevraagd of u de update wilt uitvoeren. Als dat het geval is, wordt de nieuwe versie gedownload en op uw Mac geïnstalleerd.

Opmerking
Als u OmniOutliner 4 bij de Mac App Store hebt aangeschaft, ziet u de optie Zoek naar nieuwe versies niet.

Voorkeuren (Command–,)
Dit opent het venster Voorkeuren zodat u OmniOutliner verder kunt configureren volgens uw behoeften en werkstijl.
Licenties
Dit opent het venster Licenties waarin u een licentie kunt invoeren of verwijderen. Als u een evaluatiekopie van OmniOutliner gebruikt, kunt u op Koop licenties klikken om naar onze online store te gaan waar u een licentiecode kunt aanschaffen.

Opmerking
Als u OmniOutliner 4 bij de Mac App Store hebt aangeschaft, ziet u de optie Licenties niet.

Voorzieningen
Hier vindt u een lijst van toepassingen waarmee OmniOutliner informatie kan delen. Selecteer gewoon iets in OmniOutliner en kies dan deze menuoptie om te zien naar welke apps je zaken kunt zenden.
Verberg OmniOutliner (Command–H)
Verbergt het venster van OmniOutliner en verbant het naar het land van verborgen apps. Om OmniOutliner opnieuw weer te geven, klikt u op het pictogram van de app in de dock of gebruikt u Command–Tab om de OS X-toepassingsschakelaar terug te schakelen naar OmniOutliner.
Verberg andere (Option-Command–H)
Verban de vensters van andere open apps naar het land van de verborgen apps. Om een verbergen app opnieuw weer te geven, klikt u net als met Verberg OmniOutliner, op het pictogram van de app in de dock of gebruikt u Command–Tab om de OS X-toepassingsschakelaar terug te schakelen naar de app die u nodig hebt.
Toon alles
Kies deze menuoptie om snel alle verborgen app-venster terug weer te geven.
Stop OmniOutliner (Command–Q)
Dit doet wat het zegt; het stopt OmniOutliner. Als u het bestand nog niet eerder hebt opgeslagen, wordt u gevraagd het bestand op te slaan (door het een naam en opslaglocatie te geven). Als u werkt in een bestand dat u eerder hebt opgeslagen, hoeft u zich dankzij de functie Automatisch opslaan van OS X, geen zorgen te maken over het opslaan voordat u afsluit. Als u echter werkelijk paranoïde bent, kunt u Command–S gebruiken om het bestand op te slaan voordat u Command–Q gebruikt.

Het menu Archief

Opties voor het maken, openen, hernoemen, exporteren en afdrukken van documenten en sjablonen:

Nieuw (Command–N)
Maak een nieuw document met de standaardsjabloon.
Bronbrowser (Shift-Command–N)
Opent de bronbrowser.
Open (Command–O)
Open een bestaand bestand.
Open recente bestanden
OmniOutliner houdt recent geopende bestanden bij en neemt de bestandsnamen op in dit menu zodat u een bestand opnieuw kunt openen en kunt doorgaan met uw werk.
Sluit (Command–W)
Sluit het huidige venster. Gebruik Option-Command–W om alle open OmniOutliner-vensters te sluiten. U wordt gevraagd nieuwe naamloze documentbestanden een naam te geven en op te slaan voordat het venster wordt gesloten.
Bewaar (Command–S)
Hiermee slaat u de inhoud van het huidige document op.
Dupliceer (Shift-Command–S)
Maak een duplicaat van het huidige document. De exacte inhoud van het huidige venster wordt gekopieerd naar een nieuw documentvenster waarin de bestandsnaam in de titelbalk is gemarkeerd zodat u een andere naam voor het bestand kunt invoeren. Het bestand wordt opgeslagen op dezelfde locatie als het bovenliggende.
Wijzig naam
Kies deze optie om de bestandsnaam te markeren in de titelbalk van het document zodat u een nieuwe naam voor het bestand kunt invoeren.
Verplaats naar
Kies deze optie om een blad te openen en een andere locatie op de harde schijf van uw Mac te selecteren voor het opslaan van het bestand.
Exporteer (Option-Command–E)
Exporteer uw OmniOutliner-document naar een van de volgende indelingen, vermeld in Exporteren vanaf OmniOutliner.
Bewaar als sjabloon
Slaat het huidige bestand op als een OmniOutliner-sjabloonbestand. Sjabloonbestanden worden op uw Mac opgeslagen in ~/Bibliotheek/Containers/com.omnigroup.OmniOutliner/
Data/Library/Application Support/The Omni Group/OmniOutliner/Templates
.

Opmerking
Als u OmniOutliner 4 hebt aangeschaft bij de Mac App Store, vervangt u com.omnigroup.OmniOutliner door com.omnigroup.OmniOutliner.MacAppStore, of com.omnigroup.OmniOutlinerPro.MacAppStore als u OmniOutliner 4 Pro hebt.

Vorige versie
Opent Time Machine zodat u kunt bladeren door eerdere opgeslagen versies van het huidige document en het kunt herstellen van een van deze versies.
Pagina-instelling (Shift-Command–P)
Dit opent het dialoogvenster Pagina-instelling zodat u alle eerder opgeslagen instellingen kunt toepassen. U kunt ook kiezen voor welke printer het document moet worden opgemaakt en u kunt een papierformaat, een papierstand en een schaal selecteren voor het document.
Druk af (Command–P)
Stuurt het huidige document naar uw standaard printer. U kunt Pagina-instelling (Shift-Command–P) gebruiken om een andere printer dan uw standaardprinter te kiezen, bijvoorbeeld als u een document hebt dat moet worden afgedrukt in Tabloid-liggend op een kleurenprinter.

Het menu Wijzig

Opties voor het bewerken van uw inhoud:

Herstel (Command–Z)
Maakt de voorgaande door u uitgevoerde wijziging ongedaan. OmniOutliner ondersteunt onbeperkte Herstel-bewerkingen. Dus druk enkele tientallen keren op Command–Z en kijk terwijl al je hard werk verdwijnt.
Opnieuw (Shift-Command–Z)
Net als Herstel, plaatst Opnieuw iets terug dat u ongedaan hebt gemaakt, maar waarvan u beslist dat u het toch graag wilt behouden. Laten we bijvoorbeeld veronderstellen dat u de kracht van het herhaaldelijk gebruik van Command–Z probeerde te testen, maar u het allemaal opnieuw wilt terugroepen. Ja, dat klopt. U kunt gewoon Shift-Command–Z gebruiken om alles terug op zijn plaats te zetten.
Knip (Command–X)
Verwijdert wat u hebt geselecteerd en plaatst dat op het klembord zodat u het later kunt terugplakken of het gewoon kunt negeren.
Kopieert wat u hebt geselecteerd en plaatst dat op het klembord zodat u het later ergens anders of in een ander document kunt plakken.
Kopieer als koppeling (Pro)
Via de menuoptie Kopieer als koppeling (nieuw in OmniOutliner v4.1) kunt u kruisverwijzingskoppelingen maken van de ene rij naar een andere rij binnen hetzelfde OmniOutliner-document. Selecteer gewoon wat tekst in één rij, kies Wijzig ▸ Kopieer als koppeling. Ga dan naar een andere rij in de opbouw en druk op Command–V om een koppeling in de andere rij te plakken. Dit is vooral nuttig als u werkt in een lange opbouw waarin u mogelijk verwijzingen naar andere delen van hetzelfde document moet opnemen. (Koppelingen tussen documenten worden momenteel niet ondersteund.)

De koppeling die wordt geplakt wanneer u op Command–V drukt, verwijst naar de locatie in het bestand van de tekst die u hebt gekopieerd en heeft de vorm omnioutliner:///open?row=mLUW8Czar_j zoals hier weergegeven:

Een voorbeeld van hoe de geplakte koppelingen verschijnen in een OmniOutliner-bestand.

Nadat u de koppeling op een andere locatie van hetzelfde document hebt geplakt, kunt u de koppeling selecteren en vervangen door elke tekst van uw voorkeur. Een andere optie voor het wijzigen van de koppelingstekst, is het gebruik van Option–click. Wijzig dan de Schermtitel. U kunt ook kiezen of u de URL voor de koppeling wilt weergeven. Klik op Gereed als u klaar bent met het bewerken van de koppeling.

Gebruik de overlappende balk voor het bewerken van de koppeling om de schermtekst voor een koppeling te wijzigen.

Als u op de koppeling klikt, gaat u naar de locatie in het document.

Plak (Command–V)
Plakt alles wat zich op het klembord bevindt.

Het plakgedrag verschilt in OmniOutliner een weinig van wat u in sommige andere apps kunt vinden. Als u tekst die regeleinden bevat knipt of kopieert van een andere app en plakt in OmniOutliner, verschijnt alle tekst op één rij maar de regeleinden zijn intact.

Plakgedrag van OmniOutliner

Als u echter wilt dat elke regel op zijn eigen rij verschijnt in OmniOutliner, moet u eerst een rij selecteren door in de tussenruimte te klikken. Gebruik dan Wijzig ▸ Plak (of Command–V) om te plakken in de tekst.

Plak en pas stijl aan (Option-Shift-Command–V)
In tegenstelling tot Plak, plakt deze optie alles wat op het klembord staat, maar past het een vooraf vastgestelde stijl voor die rij of kolom in uw OmniOutliner toe op het geplakte materiaal.
Dupliceer selectie (Command–D)
Kopieer en plak de huidige selectie automatisch in het huidige document.
Verwijder
Verwijdert de huidige selectie. In tegenstelling tot Knip, veegt u met Verwijder uit wat u hebt geselecteerd zonder dat u het op het klembord plaatst.
Selecteer alles (Command–A)
Hiermee selecteert u alle items in uw OmniOutliner-document.
Deselecteer alles (Shift-Command–A)
Hiermee heft u de selectie van alle items in uw OmniOutliner-document op. Dit is soms handig wanneer u niet zeker bent of er iets is geselecteerd en u op het punt staat om er iets in te plakken.
Stel status in
Gebruik een van het volgende om de status van het selectievakje van een rij in te stellen:
  • Ingeschakeld
  • Uitgeschakeld
  • Berekend
  • Geen
Wijzig notitie (Command–’)
Bewerk de notitie voor de momenteel geselecteerde rij of kolomcel.
Voeg bestand bij
Bevestig een bestand aan het document.
Start/Beëindig audio-opname
Voeg een audioclip toe aan uw document.
Voeg tijdstempel in
Voegt een van de volgende tijdstempels in op de huidige rij:
Korte datum (Command–/)
Voegt een lokale numerieke datumnotatie in, bijv. 10/05/2013.
Lange datum (Option-Command–/)
Voegt een lokale numerieke datumnotatie in, bijv. 5 oktober 2013.
Tijd (Command–@)
Voegt een lokale numerieke tijdnotatie in, bijv. 12:34:56 PM.
Korte datum en tijd (Command–|)
Voegt een lokale numerieke datum- en tijdnotatie in, bijv. 05/10/2013 12:34 PM.
Lange datum en tijd (Option-Command–|)
Voegt een lokale numerieke datum- en tijdnotatie in, bijv. 5 oktober 2013 12:34:56 PM PDT.
Zoek
Gebruik een van de volgende zoekopties:
Toon/Verberg zoekactie (Option-Command–F)
Toont het zoekveld in de zijbalk. Wanneer het zoekveld wordt weergegeven, verschijnt een knop Verberg links van het veld. Klik op de knop Verberg of gebruik de menuoptie Verberg zoekactie (of dezelfde toetscombinatie) om het zoekveld te verbergen.
Zoek (Command–F)
Dit opent het dialoogvenster Zoek waarin u een te zoeken item kunt invoeren. U kunt een teksttekenreeks, zoals The Omni Group, zoeken, of u kunt een normale uitdrukking, zoals Omni\s, gebruiken om het woord Omni gevolgd door een spatie (\s) te zoeken.
Zoek volgende (Command–G)
Zoek de volgende instantie.
Zoek vorige (Shift-Command–G)
Zoek de vorige instantie.
Gebruik selectie voor zoekactie (Command–E)
Gebruikt de huidige selectie als de zoekcriteria wanneer u Zoek gebruikt. U kunt deze optie gebruiken voor of na het openen van het dialoogvenster Zoek (Command–F).
Spelling
Kies een van de volgende opties voor het controleren van de spelling en grammatica in uw document:
Toon/verberg spelling en grammatica (Command–:)
Opent het venster Spelling en grammatica zodat u het huidige document kunt controleren op spel- of grammaticale fouten.
Controleer spelling (Command–;)
Controleert alleen de spelling in het huidige document. Wie maakt er zich nog zorgen over grammatica tegenwoordig?
Controleer spelling tijdens typen
Wordt standaard ingeschakeld. Deze optie controleert de spelling terwijl u typt. Alle verkeerd gespelde woorden krijgen een rode golvende lijn eronder en het OS X stelt soortgelijke woorden voor waaruit u kunt kiezen om de juiste spelling te selecteren.
Iets fout gespeld? OS X en OmniOutliner kunnen u helpen
Spraak
U kunt OS X de tekst luidop laten aflezen in de huidige rij of notitie met de systeemstem die u hebt ingesteld in de voorkeuren van Dicteren en spraak (Systeemvoorkeuren ▸ Dicteren en spraak ▸ Tekst-naar-spraak).
Start spraakfunctie
Start de spraakfunctie voor het lezen van de huidige rij.
Stop spraakfunctie
Stop de spraakfunctie.
LinkBack
LinkBack is een manier om inhoud tussen toepassingen zo te integreren, dat u altijd kunt terugkeren en de inhoud kunt bewerken met de software die oorspronkelijk werd gebruikt voor het maken van de inhoud.
Bewerk LinkBack-onderdeel
als u LinkBack-inhoud uit een ander programma in een diagram hebt geplakt, selecteert u het object en opent u met dit commando de inhoud in het originele programma.
Verwijder LinkBack voor onderdeel
Als u deze optie selecteert wordt de LinkBack-functie verwijderd uit de geselecteerde inhoud zodat deze inhoud alleen kan worden bewerkt met OmniOutliner.
Start dicteren (fn fn)
Wanneer dicteren wordt ingeschakeld, gebruikt OmniOutliner de spraakherkenningscapaciteiten van OS X om de woorden die u spreekt om te zetten in tekst. Wanneer u klaar bent, drukt u gewoon opnieuw op fn fn om het dicteren te stoppen.
Emoji & symbolen (Control-Command–Spatie)
Dit opent het venster Tekens dat u toegang geeft tot een bredere set tekens, inclusief de pijlen, symbolen en zelfs Emoji.
Voeg pijlen,symbolen en Emoji in met de overlappende balk Speciale tekens

Het menu Opmaak

Opties voor het opmaken van de inhoud van uw document, inclusief lettertype en tekststijlen, rijnummering en meer:

Kopieer stijl (Option-Command–C)
Kopieert de stijl van de huidige selectie en plaatst deze op het klembord.
Plak stijl (Option-Command–V)
Plakt de eerder gekopieerd stijl op de huidige selectie.

Tip
De opties Kopieer en Plak stijl zijn bijzonder handig voor het opruimen van uw document. Zodra de stijl van uw rij precies is zoals u dat wilt, selecteert u Kopieer stijl. Selecteer dan de andere rijen waarop u dezelfde stijl wilt toepassen en kies Plak stijl.

Wis stijl (Control-Command–Delete)
Verwijdert alle stijlen die zijn toegepast op een item en brengt de selectie terug naar de standaardstijl.
Lettertype
Het letterbeeld en de stijl van uw tekst wijzigen:
Toon lettertypen (Command–T)
Dit opent het venster Lettertypen waar u een ander lettertype, het letterbeeld en de grootte kunt kiezen.
Vet (Command–B)
Schakelt vet in of past dit toe op de huidige selectie.
Cursief (Command–I)
Schakelt cursief in of past dit toe op de huidige selectie.
Onderstreping (Command–U)
Schakelt onderstreping in of past dit toe op de huidige selectie.
Contour
Schakelt contour in of past dit toe op de huidige selectie.
Groter (Command–+)
Hiermee vergroot u de huidige rij of de geselecteerde tekst.
Kleiner (Command–−)
Hiermee verkleint u de huidige rij of de geselecteerde tekst.
Spatiëring
Gebruik deze opties om de spatiëring tussen de tekens te wijzigen:
  • Standaard
  • Geen
  • Versmald
  • Uitgerekt
Ligatuur
Gebruik deze optie om de ligaturen in uw document te beheren:
  • Standaard
  • Geen
  • Alle
Basislijn
Gebruik deze opties om de basislijn van de huidige rij of selectie aan te passen:
  • Standaard
  • Superscript
  • Subscript
  • Omhoog
  • Omlaag
Toon kleuren (Shift-Command–C)
Opent het kleurenpalet zodat u al uw tekst groengeel kunt maken (als u dat wenst).
Tekst
Uitlijningsopties voor tekst, afbeeldingen en bijlagen:
Lijn links uit
Lijnt de tekst en objecten uit op de linkermarge van de huidige rij of kolom.
Centreer
Lijnt de tekst en objecten uit op het middelpunt van de huidige rij of kolom.
Vul uit
Verdeel de woorden gelijkmatig in een rij of kolom zodat tekst op meerdere regels de volledige breedte van de kolom gebruikt.
Lijn rechts uit
Lijnt de tekst en objecten uit op de rechtermarge van de huidige rij of kolom.
Schriftrichting
Wijzig de schrijfrichting:
Rechts naar links
Wijzig de schrijfrichting:van Links naar rechts naar Rechts naar links.
Rijnummering
Wijs een rijnummeringsschema toe aan uw document. Rijnummers zijn gebaseerd op hun inspringingsniveau. Als we ervan uitgaan dat een rij zonder inspringing de bovenliggende rij is, zal de eerste inspringende rij een onderliggende rij zijn en zijn alle daaropvolgende ingesprongen rijen daaronderliggende niveaus. Ongenummerde rijen zullen de volgende hiërarchie hebben.
Rijnummering met het sectienummeringsmodel

Het menu Tijnummers is gesplitst in twee delen. Via het bovenste deel van het menu kunt u een genummerde stijl kiezen die u kunt gebruiken als het voorvoegsel voor de rijen in uw document. Als u een andere genummerde stijl dan Geen hebt ingesteld, kunnen de stijlen in het onderste deel —x., x) en (x)— altijd worden toegepast in het rijnummer, bijvoorbeeld 1.1.1., 1.1.1), of (1.1.1), respectievelijk.

Stel de opmaak in voor rijnummers:

Geen
Indien die is geselecteerd, worden de rijen in uw document niet genummerd.
1, 2, 3, 4
Indien dit is geselecteerd, worden de rijen in uw document opeenvolgend genummerd, te beginnen met 1.
A, B, C, D
Indien dit is geselecteerd, worden de rijen in uw document geordend met opeenvolgende hoofdletters, te beginnen met A.
a, b, c, d
Indien dit is geselecteerd, worden de rijen in uw document geordend met opeenvolgende kleine letters, te beginnen met a.
I, II, III, IV
Indien dit is geselecteerd, worden de rijen in uw document genummerd met Romeinse cijfers in hoofdletters, te beginnen met I.
i, ii, iii, iv
Indien dit is geselecteerd, worden de rijen in uw document genummerd met Romeinse cijfers in kleine letters, te beginnen met i.
1, 1.1, 1.1.1
Indien dit is geselecteerd, worden de rijen in uw document opeenvolgend genummerd met sectienummering, te beginnen met 1 voor de bovenliggende rij, 1.1 voor het volgende niveau inspringende rijen enz.
Geen voorvoegsel of achtervoegsel
Deze optie is standaard geselecteerd en betekent dat er geen tekens zullen verschijnen voor of na een rijnummer.
x.
Dit plaatst een punt achter de gekozen rijnummerstijl, bijv.1.1.2..
x)
Dit plaatst een sluitend haakje ) achter de gekozen rijnummerstijl, bijv.1.1.2).
(x)
Dit plaatst rijnummers tussen haakjes, bijv. (1.1.2).
Pas sjabloonthema toe
Opent een vel dat er net zo uitziet als de bronbrowser zodat u een sjabloonthema kunt kiezen en toepassen op het huidige document.

Het menu Weergave

Opties voor het werken binnen uw OmniOutliner-document:

Vouw alles uit (Control-Command–9)
Vouw alle rijen uit in uw document.
Vouw alles samen (Control-Command–0)
Vouw alle rijen samen in uw document.
Vouw rij uit (Command–9)
Vouw de huidige rij uit.
Vouw rij volledig uit (Option-Command–9)
Vouwt de rij samen met alle onderliggende rijen uit.
Vouw rij samen (Command–0)
Vouwt de huidige rij samen.
Vouw rij volledig samen (Option-Command–0)
Vouwt de rij met alle onderliggende rijen samen.
Focus (Shift-Command–F)
Brengt de huidige rij (en de onderliggende rijen) in focus door alles anders in uw OmniOutliner-document te verbergen. Dit is bijvoorbeeld vooral nuttig wanneer u zich richt op de opbouw voor een hoofdstuk of een boek of een onderdelenlijst voor een technisch project. U kunt ook meerdere focusniveaus toewijzen op basis van de structuur van uw document. Als u bijvoorbeeld een rij hebt met enkele geneste onderliggende rijen, kunt u de focus toewijzen aan een van de onderliggende rijen en opnieuw aan een van zijn rijen als er waren ingenest.
Focus opheffen (Option-Shift-Command–F)
Verwijdert de eerder toegewezen focus.
Alle focussen opheffen
Verwijdert de focus zoals toegepast op elk object in uw OmniOutliner-document.
Zoom in (Command–>)
Vergroot de weergave van uw document. U kunt uw document tot schalen tot 400 procent.
Zoom uit (Command–<)
Verklein de weergave van uw document. U kunt uw document tot schalen tot 50 procent.
Zoom naar ware grootte
De schaal van uw document gaat automatisch terug naar 100 procent (normale grootte). Dit is vooral nuttig wanneer u tot 400 procent hebt ingezoomd en snel wilt terugkeren naar de normale weergave.

Tip
Als u merkt dat u vaak inzoomt en vervolgens terugkeert naar de werkelijke grootte, kunt u overwegen een toetscombinatie toe te voegen voor Zoom naar ware grootte. Veel fantastische Mac-apps, zoals Acorn, gebruiken Command–1 om te zoomen naar de werkelijke grootte.

Kolomkopteksten
Kies of er kolomkopteksten worden weergegeven met een van deze opties:
Toon
Toont alle kolomkopteksten.
Automatisch
Schakelt de kolomkopteksten in als er twee of meer kolommen zijn in uw document (de kolom Notitie telt niet).
Verberg
Verbergt alle kolomkopteksten.
Toon/Verberg aankruisvakken voor status
Kies om de klikbare statusaankruisvakken weer te geven of te verbergen. Deze zijn nuttig voor wanneer u een opbouw hebt die betrekking heeft op een project (zoals de opbouw voor het schrijven van de documentatie van OmniOutliner) en u zaken wilt afvinken naarmate u vordert.

Tip
Gebruik de statusaankruisvakken samen met de opties Organiseer ▸ Behoud sortering of Organiseer ▸ Sorteer opbouw voor het sorteren van de status van een document volgens ingeschakelde of uitgeschakelde statusaankruisvakken.

Verberg kolom (Pro)
Verbergt de kolom die momenteel de focus heeft.
Kolommen (Pro)
Kies de kolommen die u wilt weergeven:
Toon alle kolommen (Pro)
Toont alle kolommen in uw OmniOutliner-document.
Notitie (Pro)
Verberg of toon de kolom Notities.
Onderwerp (Pro)
De kolom Onderwerp kan niet worden verborgen, en is altijd zichtbaar.

Opmerking
Omdat u de standaardnaam van de kolomkoptekst wijzigt van Onderwerp naar iets anders, zullen de opties die u in het submenu Kolommen ziet, de titels tonen die u hebt toegewezen aan de kolomkopteksten, inclusief tekst of andere Emoji-tekens die u mogelijk hebt gebruikt.

Rijtekst (Pro)

Gebruik deze opties voor het weergeven van tekst binnen een rij:

Toon altijd volledige tekst
De tekst in een rij wordt altijd zichtbaar, zelfs wanneer de cursor in een andere rij staat.
Vouw samen bij niet wijzigen
De tekst in de rij wordt afgekapt aan het einde van de eerste regel (in plaats omlopende en doorlopende tekst) wanneer de rij niet wordt bewerkt. Dit is vooral nuttig wanneer u tekst hebt geïmporteerd van een ander document (zoals een Worddocument) en u alleen de tekst wilt zien voor de rij waarop u werkt.
Notities (Pro)

Terwijl Notities in het algemeen een standaardfunctie is van OmniOutliner 4, is de mogelijkheid om te beheren hoe ze worden weergegeven, alleen beschikbaar in OmniOutliner 4 Pro. Kies hoe u de Notities wilt weergeven in uw OmniOutliner-bestand; inline of in een afzonderlijk paneel:

Toon inline
Hiermee worden notities inline met de rest van de inhoud weergeven.
Toon in paneel
Met deze OmniOutliner Pro-functie kunt u kiezen om de notities in uw OmniOutliner-bestand weer te geven in een afzonderlijk paneel onderaan in het venster.
Toon/Verberg notitie (Option-Command–‘)
Toon/Verberg notitiepaneel (Pro) (Option-Command–’)
Toont of verbergt inline-notities of het notitiepaneel. (Toon/verberg notitiepaneel is een functie van OmniOutliner Pro.)
Toon/verberg alle notities (Control-Command–’)
Schakel de zichtbaarheid van de notities in uw document in/uit.
Verberg/Toon zijbalk (Option-Command–1)
Kies of de linkerzijbalk die Zoek, Documentinfo en Stijlen bevat, moet worden weergegeven.
Schakel schermvullende weergave in/uit (Control-Command–F)
Hiermee kunt u OmniOutliner op volledige schermgrootte weergeven. Het voordeel van werken op volledig scherm is dat u zich kunt richten op uw werk zonder afleidingen. De zijbalk van het infovenster zweeft bovenaan in uw venster en u hebt nog steeds toegang tot de knoppen in de knoppenbalk van OmniOutliner door uw muisaanwijzer te verplaatsen naar de bovenkant van het scherm. Om de modus Volledig scherm af te sluiten, gebruikt u Control-Command–F opnieuw of drukt u op de Esc-toets.
Toon/Verberg knoppenbalk (Option-Command–T)
Kies of u de knoppenbalk bovenaan in het documentvenster wilt weergeven.
Maak documentspecifieke knoppenbalk aan/Verwijder de document-specifieke knoppenbalk (Pro)
Met deze optie kunt u een knoppenbalk maken die specifiek is voor het document waaraan u werkt. De gereedschappen die u nodig hebt voor het schrijven van een script kunnen bijvoorbeeld compleet verschillen van de gereedschappen die u gebruikt voor het maken van facturen. Na het maken van een documentspecifieke werkbalk, kunt u overwegen om dat bestand op te slaan als een OmniOutliner-sjabloon (Archief ▸ Bewaar als sjabloon) zodat u de knoppenbalk nooit meer opnieuw hoeft te maken.
Pas knoppenbalk aan
Kies deze optie als u de knoppenbalk wilt aanpassen voor elk OmniOutliner-document, behalve voor sjablonen waarvoor u een documentspecifieke knoppenbalk hebt gemaakt (zie de vorige menuoptie). Raadpleeg het voorgaand deel De knoppenbalk aanpassen voor details over het aanpassen en maken van documentspecifieke werkbalken (een OmniOutliner Pro-functie).

Het menu Organiseer

Opties voor het toevoegen, verwijderen en sorteren van de inhoud van uw document.

Voeg rij toe
Voeg een rij toe onder de huidige rij.
Voeg binnenkant toe (Command–})
Voegt een nieuwe rij in en springt in onder de huidige rij.
Voeg buitenkant toe (Command–{)
Voegt een nieuwe rij in en springt uit onder de huidige rij.
Voeg kolom toe
Voegt een nieuwe kolom in na de momenteel geselecteerde kolom.
Verwijder kolom
Verwijdert de geselecteerde kolom.
Behoud sortering
Kies een van deze opties om het type sorteren dat u wilt gebruiken voor uw document, opnieuw in te stellen of te behouden:
Wis sortering
Verwijdert elke eerder geselecteerde sorteerkeuze. Dit is nuttig wanneer u een document opnieuw wilt sorteren met een andere methode.
Notities, A-Z
Sorteert de inhoud van het document in alfabetische (A-Z) volgorde op basis van de notities voor elke rij.
Notities, Z-A
Sorteert de inhoud van het document in omgekeerde alfabetische (Z-A) volgorde op basis van de notities voor elke rij.
Status, van uitgeschakeld naar ingeschakeld
Sorteert de inhoud van het document op basis van de status van de statusaankruisvakken, van uitgeschakeld naar ingeschakeld.
Status, van ingeschakeld naar uitgeschakeld
Sorteert de inhoud van het document op basis van de status van de statusaankruisvakken, van ingeschakeld naar uitgeschakeld.
Onderwerp, A-Z
Sorteert de inhoud van het document in alfabetische (A-Z) volgorde op basis van de onderwerpen die worden gebruikt in het document.
Onderwerp, Z-A
Sorteert de inhoud van het document in omgekeerde alfabetische (Z-A) volgorde op basis van de onderwerpen die worden gebruikt in het document.
Sorteer opbouw
Sorteert de items in uw document eenmaal op basis van de volgende opties:
Notities, A-Z
Sorteert de inhoud van het document in alfabetische (A-Z) volgorde op basis van de notities voor elke rij.
Notities, Z-A
Sorteert de inhoud van het document in omgekeerde alfabetische (Z-A) volgorde op basis van de notities voor elke rij.
Status, van uitgeschakeld naar ingeschakeld
Sorteert de inhoud van het document op basis van de status van de statusaankruisvakken, van uitgeschakeld naar ingeschakeld.
Status, van ingeschakeld naar uitgeschakeld
Sorteert de inhoud van het document op basis van de status van de statusaankruisvakken, van ingeschakeld naar uitgeschakeld.
Onderwerp, A-Z
Sorteert de inhoud van het document in alfabetische (A-Z) volgorde op basis van de onderwerpen die worden gebruikt in het document.
Onderwerp, Z-A
Sorteert de inhoud van het document in omgekeerde alfabetische (Z-A) volgorde op basis van de onderwerpen die worden gebruikt in het document.
Verplaats
Gebruik de volgende commando’s om rijen te verplaatsen, in te springen of uit te springen in uw document:
Omhoog (Control-Command–↑)
Verplaatst de geselecteerde rij en de onderliggende rijen ervan één rij omhoog.
Omlaag (Control-Command–↓)
Verplaatst de geselecteerde rij en de onderliggende rijen ervan één rij omlaag.
Naar links (Control-Command–←)
Verplaatst de geselecteerde rij en de onderliggende rijen naar links terwijl alle rijen op hetzelfde niveau worden genegeerd.
Naar rechts (Control-Command–→)
Verplaatst de geselecteerde rij en de onderliggende rijen ervan naar rechts, zodat ze onderliggende rijen van de voorgaande rij worden.
Spring in (Command–])
Hiermee springt de huidige rij in.
Spring uit (Command–[)
Laat de huidige rij uitspringen.
Groepeer (Option-Command–G)
Hiermee springen de geselecteerde rijen in en worden ze samen gegroepeerd onder een nieuwe bovenliggende rij.
Degroepeer (Option-Command–U)
Heft de groepering van de rijen van een geselecteerde groep op. Bij het degroeperen wordt de bovenliggende rij niet verwijderd. Als u dat wenst moet u de rij afzonderlijk verwijderen.

Het menu Venster

Opties voor het werken met de vensters van OmniOutliner:

Minimaliseer (Command–M)
Verplaatst het huidige venster naar de rechterzijde van de Dock zodat het uit de weg staat. Om het venster terug in focus te brengen, kunt u kiezen voor Venster ▸ [bestandsnaam] (zoek onderaan in het menu Venster naar een lijst van open documenten) of gewoon klikken op het pictogram van het document in de dock om het opnieuw weer te geven binnen het venster.
Vergroot/verklein
Hiermee wordt het OmniOutliner-documentvenster verkleind (tot soms heel klein) of opnieuw ingesteld op normale grootte. Dit voert dezelfde functie uit als het klikken op de groene Zoom-knop (oo4mac_button_zoom) in de linkerbovenhoek van het documentvenster.
Toon/Verberg infovenster (Shift-Command–I)
Open de infovensters.
Infovensters
Kies om direct naar een van de volgende infovensters te gaan:
  • Stijl
  • Kolom
  • Opbouw
  • Document
  • Stijlkenmerken
Alles op voorgrond
Brengt alle geopende OmniOutliner-vensters naar de voorgrond van alle andere toepassingsvensters die momenteel open zijn op uw Mac.

Het menu Help

Hebt u problemen met een item van OmniOutliner? Wij zijn er om u te helpen:

OmniOutliner Help
Opent het Help-document dat u momenteel leest binnenin de toepassing.
Welkom
Een klein begroeting van ons voor u. (Oei!)
Versiegegevens
Ontdek wat er nieuw is in de nieuwste uitgave van OmniOutliner. De details die u hier vindt, bevatten probleemoplossingen, aanvullingen en wijzigingen.
Open map Script
Het kiezen van deze menuoptie opent een nieuw Finder-venster en brengt u naar ~/Bibliotheek/Application\ Scripts/com.omnigroup.OmniOutliner4. Als u AppleScripts wilt maken voor gebruik met OmniOutliner 4 Pro, is dit de locatie waar u uw scripts zou moeten opslaan.
Contact met Omni
Hiermee wordt een e-mail naar omnioutliner@omnigroup.com in wachtrij geplaatst zodat u ons feedback over OmniOutliner kunt sturen of ons om hulp kunt vragen bij het gebruik van OmniOutliner. We hebben de onderwerpregel van het bericht al ingevuld met uw specifiek versienummer en de licentiecode voor uw versie van OmniOutliner zodat wij u beter kunnen helpen.

Uw Omni-licenties beheren

Als u OmniOutliner bij ons hebt aangeschaft (Bedankt daarvoor!), hebt u een e-mail van The Omni Group ontvangen met uw licentiegegevens. Deze omvat de naam die u hebt gebruikt voor het registreren van OmniOutliner 4, samen met een reeks tekens die de licentiecode vormen. U zult deze twee gegevens nodig hebben om de licentie in te voeren in OmniOutliner.

Opmerking
Als u OmniOutliner 4 hebt aangeschaft van de Mac App Store (Bedankt!), hoeft u zich geen zorgen te maken over licenties. U krijgt van Apple automatisch een licentie voor uw exemplaar van OmniOutliner 4. Als u ooit een update van uw exemplaar moet uitvoeren, of OmniOutliner opnieuw moet installeren, kunt u dat doen via de Mac App Store.

Een nieuwe licentie toevoegen

Volg deze stappen om uw licentie in te voeren:

  1. Kies OmniOutliner ▸ Licenties in de menubalk om het venster Licenties te openen.
  2. Klik op Voeg licentie toe. Een blad schuift omlaag uit de titelbalk van het venster Licentie.
  3. Schakel naar Mail (of een andere e-mailclient die u mogelijk gebruikt) en zoek het e-mailbericht dat de licentiecode voor OmniOutliner 4 bevat.

    Tip
    U kunt snel schakelen tussen de apps op uw Mac met de ingebouwde app-kiezer van uw OS X: Command-Tab. om de app-kiezer open te houden, houdt u de Command-toets ingedrukt nadat u op Tab hebt gedrukt.

    Wanneer u op Command-Tab drukt, verschijnt de app-kiezer op het scherm als een rij pictogrammen voor de apps die momenteel worden uitgevoerd op uw Mac. Blijf op Command-Tab drukken tot u de benodigde app vindt, in dit geval Mail, en laat dan de Command-toets los. U kunt ook Shift-Command-Tab gebruiken om achteruit te gaan in de lijst van lopende apps of u kunt de pijl naar links of de pijl naar rechts gebruik om respectievelijk achteruit of vooruit te gaan.

  4. In het e-mailbericht zoekt u de naam die wordt gebruikt voor de Eigenaar van de licentie en de Licentiecode. Selecteer de naam naast Eigenaar van de licentie en kies Wijzig ▸ Kopieer (of gebruik Command-C) om de naam naar het klembord te kopiëren.

    Opmerking
    Als u de informatie niet kunt kopiëren en plakken, moet u deze intypen. Zorg dat u alles exact zo invoert als het in het licentiebericht staat, inclusief de schuine strepen.

  5. Druk op Command-Tab om van Mail terug te keren naar OmniOutliner.
  6. Kies in het veld Eigenaar voor Wijzig ▸ Plak (of druk op Command-V) om de naam die u hebt gebruikt voor het registreren bij OmniOutliner, te plakken.
  7. Druk op Command-Tab om van OmniOutliner te schakelen naar Mail.
  8. Selecteer in het e-mailbericht dat u van ons hebt ontvangen, de Licentiecode en kies Wijzig ▸ Kopieer (of gebruik Command-C) om de licentiecode naar het klembord te kopiëren.
  9. Druk op Command-Tab om van Mail te schakelen naar OmniOutliner.
  10. Klik in het veld Licentiecode en kies Wijzig ▸ Plak (of gebruik Command-V).
  11. Het vervolgkeuzemenu Type wordt standaard grijs weergegeven. Dit beperkt het licentietype tot Persoonlijk voor de huidige gebruikersaccount op uw Mac. Uw licentiecode kan echter ook worden gebruikt voor een ander type, Computer:

    • Persoonlijk: dit type is bedoeld voor persoonlijk gebruik en is alleen beschikbaar op deze computer als u bent aangemeld als de gebruiker die OmniOutliner heeft geïnstalleerd. U kunt de licentie op meerdere computers installeren, maar alleen voor uw persoonlijk gebruik. Met dit type licentie is het niet toegestaan de software op twee verschillende computers tegelijk te gebruiken. Als er een persoonlijke licentie beschikbaar is, wordt deze altijd door het programma gebruikt.

    • Computer: u kunt uw Mac configureren voor het gebruik van dit type waardoor elke andere gebruikersaccount op uw Mac OmniOutliner mag gebruiken. Zie OmniOutliner configureren als ondersteuning van de computerlicentie voor meer details.

  12. Klik op Bewaar.

Nadat u op Bewaar hebt geklikt, wordt de licentiecode geverifieerd. Als u OmniOutliner 4 Pro hebt aangeschaft, moet u OmniOutliner opnieuw opstarten voor het ontgrendelen van Pro-functies.

Een licentie aanschaffen

Laten we zeggen dat u OmniOutliner 4 hebt gedownload van onze website en het uitgebreid hebt gebruikt tijdens de gratis evaluatieperiode van 14 dagen. U hebt een aantal opbouwlijsten gemaakt en u bent zelfs al begonnen met karakterprofielen voor dat boek dat u altijd al wilde schrijven. Nu u helemaal verslaafd bent aan de functies van OmniOutliner 4 Pro, hebt u besloten dat het tijd is om OmniOutliner 4 aan te schaffen voordat uw proefversie vervalt.

U kunt OmniOutliner 4 aanschaffen via de Mac App Store of direct bij ons een licentiecode aanvragen in OmniOutliner!

U schaft als volgt een licentie aan:

  1. Open OmniOutliner 4.
  2. Kies OmniOutliner ▸ Licenties in de menubalk om het venster Licenties te openen.
  3. Klik op Koop licenties.

Nadat u op de knop Koop licenties hebt geklikt, wordt u op magische wijze (in de webbrowser van uw voorkeur) overgebracht naar de Omni Store, waar u een licentie voor OmniOutliner 4 kunt aanschaffen. (Dit werkt natuurlijk alleen als u een internetverbinding hebt.)

OmniOutliner configureren als ondersteuning van de computerlicentie

Als er meer dan een gebruikersaccount is op uw Mac en u wilt dat iedereen op uw Mac kan genieten van de fantastische mogelijkheden van OmniOutliner, moet u door enkele hoepels heen springen (dankzij de door Apple gemandateerde app sandboxing voor OS X 10.7 en hoger). Volg de onderstaande stappen voor het instellen van een Computerlicentie:

  1. Stop OmniOutliner.
  2. Open een nieuw Finder-venster.
  3. Schakel de weergave-instellingen van Finder naar Kolom via het menu Weergave ▸ Kolommen (of gebruik Command-3). Dit maakt het voor u gemakkelijker door de maphiërarchie op uw Mac te gaan.
  4. Kies Ga ▸ Computer.
  5. Kies de harde schijf van uw Mac (als u de naam niet hebt gewijzigd, moet deze de naam Macintosh HD dragen) en ga dan door de volgende mappen:
    • Library

    • Application Support
  6. Maak in de map Application Support een nieuwe map (kies Archief ▸ Nieuwe map of gebruik Shift-Command-N) en geef deze de naam Omni Group. U moet uw beheerderswachtwoord invullen om een nieuwe map te maken op dit niveau.
  7. Maak een nieuwe map in de map Omni Group en geef het de naam Software Licenses.
  8. Open OmniPlan 3 opnieuw en kies dan OmniOutliner ▸ Licenties.
  9. Klik op Voeg licentie toe.

Wanneer u op Voeg licentie toe klikt, zult u merken dat het vervolgkeuzemenu Type niet langer grijs wordt weergegeven en dat de optie Computer nu kan worden geselecteerd. Voer nu gewoon de informatie voor Eigenaar en Licentiecode die u van ons hebt ontvangen in, klikt op Bewaar en alles zou ok moeten zijn.

Een licentie verwijderen

U verwijdert een licentie als volgt:

  1. Kies OmniOutliner ▸ Licenties.
  2. Selecteer de licentie die u wilt verwijderen in het venster Licenties.
  3. Klik op Verwijder licentie.
  4. Een waarschuwingsblad verschijnt waarin u wordt gevraagd om te bevestigen dat u de licentie echt wilt verwijderen. Als u zeker bent dat u dat wilt doen, klikt u op Verwijder. Als u van gedacht bent veranderd, klikt u op Annuleer en sluit dan het venster Licenties.

Hulp krijgen

Wanneer u hulp nodig hebt, ongeacht of u probeert uit te zoeken hoe lagen werken of als u een ander probleem hebt met OmniOutliner, is het goed om weten dat de ondersteuningsdienst van de Omni Group altijd beschikbaar is om u bij te staan met raad en daad.

De OmniOutliner-website

De website van OmniOutliner is altijd een goede plaats om de meest recente informatie over OmniOutliner te vinden.

Forums

Omni Group organiseert online forums voor al onze producten, en u bent welkom! U kunt daar vragen stellen en ideeën uitwisselen met andere gebruikers en de medewerkers van Omni.

E-mailondersteuning

Als u er niet uitkomt of als u een goed idee hebt voor de volgende versie van OmniOutliner, of als u ons alleen wilt laten weten hoe u over ons denkt, kunt u ons altijd een e-mail sturen. Kies Help ▸ Contact met Omni in de menubalk om een aan ons geadresseerd bericht op te stellen of stuur ons gewoon een e-mail met uw bedenkingen. We nemen de ondersteuning serieus, dus kunt u een snelle, niet-geautomatiseerde reactie verwachten.

Versiegegevens

Voor zeer gedetailleerde informatie over wat er in elke kleinere versie van OmniOutliner is veranderd, gaat u naar Help > Versiegegevens in de menubalk.